Home Nieuws Nieuws 2019 oktober U staat er niet alleen voor

U staat er niet alleen voor // 09/10/2019

Het is herfst en dat is te merken op Goeree-Overflakkee. Het waait, het regent, de zon schijnt. Het is een maandagmorgen als alle andere in Middelharnis. Een gemeente in beweging, alleen al als je naar het straatbeeld kijkt. Ook als het gaat over het ouderenbeleid is het allesbehalve saai op het Zuid-Hollandse eiland. In gesprek met beleidsadviseur Josette van Loon over de uitdagingen en kansen in de zorg en ondersteuning van ouderen. ‘Als je een ‘adresboekje’ hebt, kan je zoveel makkelijker en beter samenwerken!’
Het aantal ouderen neemt toe en blijven steeds langer thuis wonen. Met het programma Langer Thuis speelt het ministerie van VWS hierop in, bijvoorbeeld door goede ondersteuning en zorg thuis te bieden. Hoe krijgt dit op Goeree handen en voeten? Josette vertelt er vol passie over. Ze tekent een cirkel. ‘Kijk, dit is de oudere. In het midden. Daar draait het om. Vervolgens ga je kijken op welke levensdomeinen er vragen kunnen ontstaan. Wonen bijvoorbeeld. Hoe kan ik langer zelfstandig thuis wonen? Nou, dan willen we als gemeente gezamenlijk optrekken met woningbouwcoöperaties. Er ontstaat als gevolg van de ontwikkelingen een grotere vraag naar levensloopbestendig wonen. Daar moeten we echt nog de nodige stappen in zetten. De woningvoorraad stagneert. We kijken naar we er aan kunnen doen, gezamenlijk!’ ‘Ook de samenwerking met het medische en het sociale domein is belangrijk.’

'Lokale samenwerking is investeren in elkaar'

Ik vraag door op de lokale samenwerking. Hoe werkt dat hier, op het eiland? Gezien de schaalgrootte zou je verwachten dat partijen in zorg en welzijn elkaar kennen. En wellicht is er vanwege de kerkelijke achtergrond van de inwoners meer sprake van omzien naar elkaar? ‘Bij lokale samenwerking is het van onmisbaar belang dat je elkaar kent en weet te vinden. Dat klinkt eenvoudig, maar het vraagt om investeren in elkaar. Elkaar opzoeken, vragen aan elkaar stellen, overleggen. Niet direct een stip op de horizon zetten, dat kan verlammend werken, maar kijken naar wat er nodig is. Waar loop jíj tegenaan? Hoe kan ik jou verder helpen?’ Klinkt eenvoudig, maar hoe doe je dat, wil ik weten. ‘Nu ga ik weer aan de slag om een nieuw ouderenbeleid te schrijven. Als ik de huidige versie lees, denk ik dat het concrete had gekund. Dat is leren. Ook toen betrok ik de ouderenbonden en andere organisaties bij het opstellen van het beleid. Denk en schrijf mee. Ja, ik leg die uitnodiging breed neer.

Het is belangrijk om ook ouderen zelf te laten meedenken. Anders ontwikkel je misschien iets waar niemand om heeft gevraagd.


Onlangs nog had ik zo’n leerervaring: we tuigden een website op, maar er bleek te weinig vraag naar te zijn. Ook hier geldt: niet over ons, zonder ons!’
‘Inmiddels heb ik een redelijk groot netwerk, mensen, organisaties en kerken weten ons gemakkelijk te vinden, en omgekeerd, dus dat is makkelijk. Als je een adresboekje hebt, kan je zoveel makkelijker en beter samenwerken! Ik benut ook kennis uit de regio, wij kunnen ook van Schouwen-Duiveland en de Hoekse Waard leren. Landelijke kennis van Vilans en Movisie helpt mij trouwens ook verder.’

Bereiken van kwetsbare ouderen

Josette is beleidsadviseur maatschappelijke zaken van de gemeente Goeree-Overflakkee. In haar portefeuille heeft ze onder andere volksgezondheid, ouderenbeleid, mantelzorg. Het gaat ‘heel goed’ met de ouderen op Goeree. Over het algemeen genomen dan. ‘Je weet nooit wat je niet weet. Natuurlijk is er een groep ouderen die wij ook niet in beeld hebben. Er wordt ook hier wel eens geklaagd dat je minder toegekend krijgt dan vroeger, maar het leidt hier niet tot problemen. Dat is iets dat ik ook van de ouderenbonden hoor.’

‘Waar ik me wel zorgen over maak is over de groep kwetsbare ouderen die vroeger naar het bejaardenhuis zouden gaan, maar nu te gezond zijn voor een verpleeghuis. Zij vallen tussen wal en schip. Om deze mensen thuis te laten wonen, dat kost veel energie van de naasten. Soms lukt dat, soms ook niet. Ik vind dat sneu.’ Of de gemeente erin slaagt deze ouderen te bereiken? En hoe doe je dat eigenlijk, deze ouderen bereiken?

‘We proberen deze ouderen op allerlei manieren te bereiken. Bijvoorbeeld door te adverteren in het huis-aan-huis-blad. Maar we doen ook signalerend ouderenbezoek. Via de welzijnsstichting (Stichting ZIJN) ontvangen ouderen een uitnodiging voor zo’n bezoek. Ze kunnen zelf aangegeven of ze daarvoor open staan. Alleen, de mensen die voor bezoek openstaan zijn vaak niet de meest kwetsbaren. Als je diep in de problemen zit, ben je zorgmijdend. Of, althans, dan heb je wel wat anders aan je hoofd. We bespreken het ook met de huisartsen. Zij zien deze mensen wel! De samenwerking met de huisartsen kan beter, zo willen we graag welzijn op recept uitbreiden, want dat huisartsen naar welzijn verwijzen, gebeurt niet automatisch.’

Grijs worden met dementie

‘Op een bijeenkomst vroeg een oudere dame, met dementie: ‘Weet u wat ik nou zo erg vind aan ouder worden?’ Nou? ‘Dat ik zo grijs word…’ Mijn antwoord zou zijn: dat je eigen regie verliest, of contacten kwijtraakt. Maar nee, deze mevrouw is voorbij die fase, ze verraste me hiermee en daar leer ik weer van.’

Theorie en praktijk

Het gesprek komt op valpreventie. De gemeente is onlangs een project gestart, met een ergotherapeut, fysiotherapeut en welzijn. ‘We organiseren een activiteit, geven uitleg over vallen, begeleiden mensen, schenken er een kopje koffie bij. Nu mensen langer thuis moeten én willen wonen, neemt in sommige gevallen de valgevaarlijkheid toe. Als je echter een ergotherapeut naar hun ‘valgedrag’ en woning laat kijken, kan je veel voorkomen. Deze bijeenkomsten hebben een mooie bijvangst: ouderen die deze bijeenkomsten bezoeken, raken met elkaar in gesprek en op die manier is heft het in sommige gevallen ook weer eenzaamheid op.’

De weg vragen

‘Soms hebben oudere mensen het idee dat je alles zelf moet oplossen. En dat je niet dingen aan de gemeente kunt, of mag, vragen. Ze wéten soms ook niet wat er mogelijk is. Zo was er een stel dat in armoede leefde, in nette armoede. Dat kwam omdat ze de weg niet wisten in ons sociale stelsel. En de weg ook niet durfden vragen. Voor ouderen is het niet altijd vanzelfsprekend om de gemeente iets te vragen. Er is hier een sociaal meldpunt, daar maken we veel reclame voor, maar dan nog blijft het zaak aandacht voor deze mensen te hebben en hen te laten weten: u staat er niet alleen voor.’

Een goede dag

‘Wanneer heb jij een goede dag, Josette?’ ‘Als ik merk dat wat wij hier bedenken en doen, effect heeft voor de inwoners. Als de mensen thuis er iets van merken. We zijn nu aan de slag gegaan met valpreventie, zoals ik net vertelde, en dat je dan over een tijd ziet: er zijn minder mensen gevallen. Ik houd de getallen bij met de valpoli, dus ik hoop dat ik dat binnenkort terugzie. Maar ook op een ouderenmiddag, als ik weer eens iets mag vertellen, dat iemand naar me toekomt en me bedankt voor een tip. Kortom, als theorie praktijk is geworden.’
 
JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.beteroud.nl]





Gratis nieuwsbrief

Meld je aan voor de gratis nieuwsbrief met tips en informatie.

Bekijk nieuwsbrieven

Gratis nieuwsbrief

Meld je aan voor de gratis nieuwsbrief met tips en informatie.

Bekijk nieuwsbrieven

Beter Oud gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer