Naar hoofdinhoud

Valpreventie in de spotlights

Het voorkomen van vallen staat vandaag de dag goed op de agenda. Gelukkig maar! Zo is valpreventie een speerpunt in de landelijke nota Volksgezondheid en wordt het ook genoemd in het Regeerakkoord.

Bovendien lijkt het erop dat een deel van valpreventie vanuit de zorgverzekering vergoed gaat worden. De mogelijkheden om collectief aan valpreventie te werken zijn de afgelopen jaren verbeterd door effectief gebleken (groeps)interventies zoals In Balans, Vallen Verleden Tijd, Otago, Zicht op Evenwicht, Thuis Onbezorgd Mobiel en andere interventies. 

Pilot Valpreventie

In Nederlandse gemeenten loopt momenteel de door het ministerie van VWS en het RIVM geïnitieerde pilot Valpreventie. Doel van de pilot is naast het goed opzetten, organiseren en borgen van valpreventie ook het opdoen van ervaringen in het opzetten van lokale preventienetwerken voor ouderen. Eén van de deelnemende gemeenten is De Fryske Marren in Friesland. Net als in veel andere regio’s waren ook hier in het verleden initiatieven om iets aan valpreventie voor ouderen te doen. Deze bleken echter te afhankelijk van persoonlijke inzet van betrokkenen en vaak ook de financiering, waardoor deze initiatieven na verloop van tijd weer stopten. De Fryske Marren heeft vitaal ouder worden als ambitie opgenomen in haar gezondheidsbeleid en het thema valpreventie hierin expliciet genoemd. GGD Fryslân ziet het als missie om vanuit publieke gezondheid te werken aan vitaliteit en positievere beeldvorming over ouderen. Deze visie is samengevat in het rapport vitaliteit van ouderen in de derde levensfase

Samen werken aan valpreventie

In februari vond in Friesland de digitale kick-off plaats van de pilot. Onder meer fysiotherapeuten, ergotherapeuten, apothekers, wijkverpleegkundigen, zorgverzekeraar, huisartsen, de ouderen-vereniging, veiligheid.nl, sociaal wijkteam, ROS, welzijnswerk, het sportbedrijf en thuiszorg spraken over hoe zij valpreventie het beste kunnen inzetten in de gemeente en wat ieders rol hierin zou kunnen zijn. 

De eerste conclusies zijn: 

  • Deelnemers benadrukken het belang van valpreventie (en preventie in de bredere zin) en willen zich hiervoor inzetten. 
  • Deelnemers willen het lokale aanbod voor valpreventie in kaart hebben, zodat zij efficiënt kunnen doorverwijzen.  
  • Deelnemers geven aan dat ouderen zelf nog vinden dat het erbij hoort om op een gegeven moment te vallen. Hier is zeker nog ruimte om actief te worden in de preventie. 
  • Deelnemers hebben behoefte aan een protocol/stroomschema over hoe partners elkaar kunnen vinden en wie welke taak op zich kan nemen voor valpreventie.

In de Fryske Marren wordt nu gewerkt aan een stroomschema om taken en verantwoordelijkheden van netwerkpartners te definiëren en af te bakenen. Zo willen de partners mensen met een verhoogd valrisico laten deelnemen aan een passende (groeps)interventie en hen daarna stimuleren deel te nemen aan het reguliere beweegaanbod door het aanbod van partners (nog) beter te laten aansluiten aan de behoeftes en mogelijkheden van de doelgroep. Ook wil men in heel de gemeente Balans-trainers beschikbaar hebben. 

Ook de gemeenten Oostzaan en Wormerland willen valpreventie bij ouderen versterken. Zij brengen samen met de GGD Zaanstreek-Waterland in kaart hoe de lokale keten rondom valpreventie er nu uitziet en wat gewenst is. Hiervoor zijn twee netwerkpilots opgezet die worden ondersteund en begeleid door het RIVM. Verschillende lokale partners zijn hiervoor uitgenodigd, zoals huisartsen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, thuiszorg, apothekers, sociaal maatschappelijk werk en buurtsportcoaches. 

Leer het lokale netwerk kennen

Door iedereen bij elkaar te brengen, leert men het lokale netwerk kennen en verkennen de partners hoe zij (beter) kunnen samenwerken, ieder vanuit de eigen professie. Vervolgens wordt gekeken hoe de werkzame elementen van valpreventie beter georganiseerd en geborgd kunnen worden om bewegen onder senioren te stimuleren, meer senioren met een verhoogd valrisico te signaleren en deze door te verwijzen naar erkende valpreventie-interventies en daarna naar het lokale sportaanbod. Een stagiaire doet een afstudeeronderzoek naar de overwegingen van ouderen om wel of niet deel te nemen aan beweeg- en valpreventieprogramma’s.

Lees ook de 9 tips voor valpreventie op deze website

Deel via