‘Zorg voor ouderen is altijd samenwerken’
Gepubliceerd op: 28-04-2026
Wie in de zorg en het sociaal domein werkt, kan veel invloed hebben op het leven van ouderen thuis. Daarom is het zo belangrijk dat iedereen goed samenwerkt, weten huisarts Herman Wisselink en praktijkverpleegkundige ouderenzorg Jorinke Bosch van huisartsenpraktijk Noorderplein in Deventer.
‘Het netwerk rondom ouderen verandert’, zegt Jorinke. ‘De kinderen wonen vaak niet meer in de buurt, terwijl ouderen langer thuis blijven wonen. Het organiseren van de zorg wordt lastiger en de samenwerking tussen domeinen nog belangrijker.’
Hoe gebruiken jullie de handreiking in jullie dagelijkse werk?
Herman: ‘De handreiking zit ons als het ware in het bloed. Eigenlijk is het document een beschrijving van onze manier van werken: signaleren, in kaart brengen, de juiste mensen erbij halen en samen kijken wat de beste aanpak is. Ik vind het heel belangrijk dat dit allemaal is vastgelegd, zodat iedereen weet waar we het over hebben. De handreiking laat het belang van samenwerken goed zien.’
Handreiking: concrete tools en praktijkvoorbeelden
De handreiking 'Kwetsbare ouderen thuis' is bedoeld voor lokale en regionale partijen in eerstelijnszorg en het sociaal domein. Het document beschrijft zes stappen die zij kunnen volgen om de zorg en ondersteuning van ouderen in een kwetsbare positie thuis te organiseren.
Waarom is domeinoverstijgend samenwerken zo belangrijk?
Herman: ‘Wij werken met het Vlindermodel als het gaat om de zorg aan ouderen in een kwetsbare positie. De vier vleugels staan voor vier gebieden:
- cure
- care
- wonen
- welzijn
Om te kunnen vliegen, moet een vlinder alle vier vleugels gebruiken. Zo is het ook met de zorg aan ouderen: als een van de gebieden niet goed werkt, presteert de rest ook minder goed. Alles moet op elkaar afgestemd zijn.’
Jorinke: ‘Domeinoverstijgend werken is bepalend voor hoe de zorg verloopt. Wij moeten als partijen in de wijk elkaar gemakkelijk kunnen vinden als we signalen van kwetsbaarheid oppikken. Zo kunnen we elkaar snel inschakelen en de zorg en ondersteuning het beste regelen. Bovendien is het belangrijk dat we elkaar telkens op de hoogte houden van nieuwe dingen en afspraken. Regelmatig contact is ook van belang voor de communicatie richting ouderen: die moet duidelijk zijn. Daarmee voorkomen we dat er verwarring ontstaat.’
Kunnen jullie een praktijkvoorbeeld geven hoe de handreiking heeft geholpen om de zorg te regelen?
Herman: ‘We hadden een ouder echtpaar van rond de negentig. Er kwam een signaal binnen dat het niet goed ging met mevrouw. Ze at minder, viel af en ging achteruit. De echtgenoot had steeds meer moeite om voor haar te zorgen. Uit onderzoek bleek dat mevrouw aan het dementeren was. We hebben eerst de wensen van het echtpaar besproken: beiden wilden zo lang mogelijk thuisblijven. Daarna hebben we de familie en de thuiszorg erbij gehaald en stap voor stap de zorg uitgebreid.’
‘Daarnaast hebben we overleg gehad met verschillende professionals: de specialist ouderengeneeskunde hebben we om advies gevraagd en met de apotheker is gekeken of de medicatie nog klopte. Jorinke heeft de rol van casemanager op zich genomen en ervoor gezorgd dat de juiste zorg werd ingezet en dat we met elkaar in contact bleven. Iedereen wist: dit zijn de wensen van het echtpaar en zo proberen we de zorg vorm te geven. Dat was niet alleen voor de patiënt en haar naasten prettig. Werken als één team heeft ons als zorgverleners ook een tevreden gevoel gegeven.’
Webinar: in kaart brengen kwetsbaarheid
Op 19 mei 2026 (14.00 - 15.00 uur) organiseren Vilans en Movisie het derde webinar in een reeks van zes over de handreiking 'Kwetsbare ouderen thuis'. Dit webinar gaat over stap 3: in kaart brengen kwetsbaarheid. Je leert wat kwetsbaarheid is, hoe dat op verschillende leefdomeinen een rol kan spelen en op welke manieren je het gestructureerd in kaart kan brengen. Meld je nu aan voor het webinar: in kaart brengen van kwetsbaarheid.
Welk resultaat heeft de aanpak gehad?
Herman: ‘Mevrouw kon hierdoor langer thuis blijven wonen. De kwaliteit van zorg bleef op peil en de partner voelde zich gesteund. Twee jaar later moest mevrouw toch worden opgenomen in een verpleeghuis. Maar we hebben de tijd daarvoor minder zwaar gemaakt voor het echtpaar.’
Jorinke: ‘Ik vind het mooi dat de handreiking laat zien dat we wat meer op elkaar mogen bouwen. Als professionals en als samenleving. Ouderen vinden het vaak best lastig om hulp te accepteren. Als wij als zorgverleners goed samenwerken, voelen ouderen ook dat het niet erg is om hulp te vragen. We horen regelmatig: hadden we jullie er maar eerder bij gehaald.’
Wat is ervoor nodig om domeinen meer te laten samenwerken?
Jorinke: ‘In de wijk moet er iemand zijn die de leiding neemt. Dat kan een POH, wijkverpleegkundige of andere professional zijn, maar er moet iemand zijn die iedereen bij elkaar brengt. Geef deze professional de ruimte en de tijd om het domeinoverstijgend samenwerken goed te regelen. Wij werken inmiddels negen jaar op deze manier en het blijft belangrijk om te investeren in de samenwerking. Maar die investering betaalt zich wel terug in minder noodgevallen en meer rust voor de huisarts om spreekuren te draaien.’
Welke tips hebben jullie voor andere professionals die met ouderen in een kwetsbare positie werken?
Herman: ‘Besef dat de zorg voor ouderen in een kwetsbare positie thuis altijd een kwestie is van samenwerken. Als je signalen van kwetsbaarheid oppikt, vraag je dan af: is hier meer nodig dan alleen mijn hulp? Redden deze mensen zichzelf? Wat willen zij? En gaat dit lukken op deze manier? Wie moet ik er anders bij halen? Iedereen kan deze vragen stellen, of je nu verpleegkundige of welzijnsmedewerker bent. Wees je hier bewust van en pak je rol in het domeinoverstijgend samenwerken.’
Jorinke: ‘Tegen de huisartsen zeg ik: zorg dat er binnen je praktijk een POH-ouderen of een wijkverpleegkundige werkt. Die kan de leiding nemen in het samenwerken met anderen. Tegen professionals in alle domeinen wil ik graag zeggen: blijf niet op je eiland zitten. Zoek elkaar op. In de ouderenzorg hebben we elkaar uiteindelijk altijd nodig.’