Toon zoekbalkToon menu

Preventie

10 aandachtspunten voor preventieve ouderenzorg 11/03/2020

Maatwerk is van cruciaal belang. Vanwege de grote diversiteit onder ouderen is het van belang om per persoon te bekijken wat het meest passend en zinvol is om in te zetten aan preventieve interventies en op welk domein (individu, sociale omgeving, woonomgeving).
Dé oudere bestaat niet. De ene persoon van 75 jaar is nog vitaal, onafhankelijk en fit. De andere 75-jarige is niet meer mobiel en heeft dagelijks ondersteuning en (mantel)zorg nodig. De behoeften van zelfstandig wonende ouderen aan ondersteuning en zorg variëren daarom enorm. Het is van belang dat het aanbod van preventieve ouderenzorg voldoende variatie biedt om goed aan te sluiten bij deze uiteenlopende behoeften.

Zijn er thema's onderbelicht in de huidige preventieve ouderenzorg? En zijn er misschien elementen van preventieve ouderenzorg die iedere gemeente, ieder (sociaal) wijkteam of iedere huisarts zou moeten aanbieden? Wat is goede preventieve ouderenzorg eigenlijk? In dit artikel vind je 10 aandachtspunten.

Samen met ouderen ontwikkelen

Het bereik en de effectiviteit van interventies is mogelijk hoger als interventies samen met ouderen of door ouderen zelf ontwikkeld worden. Het is hierbij van belang dat ook ouderen uit risicogroepen en moeilijk bereikbare groepen worden betrokken.

Dit blijkt uit dit onderzoek van het RIVM onder professials én ouderen naar preventieve ouderenzorg. 

10 punten over preventie & diversiteit 

1. Dé oudere bestaat niet

Diversiteit onder ouderen is enorm wat betreft vitaliteit, kwetsbaarheid, chronische aandoeningen en de behoefte aan preventie en zorg. Bovendien is leeftijd niet leidend omdat de ene persoon op jongere leeftijd kwetsbaarheid ontwikkelt dan de ander. Sommige groepen hebben extra aandacht nodig vanwege hun verhoogde kans op kwetsbaarheid. Dit zijn vaak mensen met een lage sociaal economische status, migranten, mantelzorgers en LHBT ouderen (lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders).

Bij het aanbieden van preventieve interventies moet volgens professionals ook rekening gehouden worden met het normen- en waardenpatroon, werkverleden en religie van de ouderen. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat mensen hun hele leven al weinig sociale contacten hebben, maar hier ook zelf voor gekozen hebben en er tevreden mee zijn. Bovendien veranderen voor sommige mensen de wensen ten aanzien van sociale relaties ook met de leeftijd en is men meer op zichzelf.

2. Zingeving heel belangrijk voor ouderen

Zingeving is een belangrijke behoefte van ouderen. Zingeving draait om wat het leven voor ouderen de moeite waard maakt. Of om het idee dat ouderen het gevoel hebben nog te kunnen bijdragen aan de maatschappij. Dit betekent dat er interventies moeten zijn die een zinvolle dagbesteding bieden voor de ouderen die hier behoefte aan hebben. Spreek ouderen aan op hun passie of hun werkverleden of stimuleer om mee te doen. Voorbeelden: wandelvoetbal bij een Eredivisieclub en het geven van bijles aan middelbare scholieren over Nederlandse literatuur. Bewegen is hierbij niet alleen een doel, maar ook een middel. Wandelvoetbal zorgt er bijvoorbeeld óók voor dat mensen sociale contacten op doen.

3. Maatwerk op alle domeinen nodig

De meningen zijn verdeeld of het huidige aanbod aan interventies binnen preventieve ouderzorg afdoende en effectief is. De literatuur laat zien dat de kennis over de effectiviteit van preventie gericht op ouderen vaak nog ontbreekt of onvoldoende is. Ook het bereik van interventies staat nog ter discussie.

Wel zijn professionals het erover eens dat aangezien dé oudere niet bestaat, het van groot belang is om maatwerk te leveren. Interventies zijn volgens hen het meest succesvol als zij in samenspraak met ouderen of door ouderen bedacht en uitgevoerd worden. Ouderen kunnen bovendien beter aangesproken worden op wat zij nog wel kunnen en niet op wat zij niet meer kunnen. Daarnaast hebben interventies bij voorkeur effecten op meerdere gebieden van redzaamheid. Zo kan het bijvoorbeeld goed zijn om een laagdrempelige maaltijdvoorziening in een buurthuis te organiseren, zodat ouderen nog wel de deur uitkomen en mensen ontmoeten en zo ook een dagbesteding hebben. Verder wordt ook de betaalbaarheid van de interventies aangekaart. Om het zo laagdrempelig mogelijk te houden zou de eigen bijdrage minimaal moeten zijn.

4. Ouderen onderschatten hun eigen kwetsbaarheid

Ouderen zijn geneigd om hun eigen kwetsbaarheid te onderschatten. Ondanks dat ouderen achteruit gaan in functioneren, houden ze lang vol dat ze niet kwetsbaar zijn, misschien omdat zij zich, ongemerkt, aanpassen aan het nieuwe niveau van functioneren. Bovendien is er onder ouderen een lage mate van anticipatie op een slechter wordende gezondheid en wordt anticiperen moeilijker naarmate ouderen kwetsbaarder worden. Dit geldt zowel lichemelijk als psychisch. De trend is om in het ‘hier en nu’ te leven.

Vooruitkijken belangrijk voor ouderen

Vooruitkijken en anticiperen kan juist helpen om langer zelfstandig te functioneren en wonen. Ouderen zijn soms maar weinig bezig met hun leefstijl om in goede gezondheid oud te worden. Zo komt er onder hoogopgeleide ouderen vaker alcoholmisbruik voor dan onder laagopgeleide leeftijdsgenoten en ook vaker dan onder de jongere hoogopgeleiden (CBS, 2016).
Ouderen vinden het hebben van sociale contacten en een sociaal netwerk wel erg belangrijk, maar sommigen vinden het moeilijk om sociale relaties aan te gaan en te onderhouden. Eenzaamheid is een groot maatschappelijk probleem. Ouderen zullen echter niet snel in termen van eenzaamheid over zichzelf praten.

Hoewel twee op de drie ouderen wel eens nadenkt over verhuizen naar een levensloopbestendige woning, gaan de meesten van hen toch niet tot actie over. Ze zien namelijk op tegen de organisatorische kant van het verhuizen, gevolgd door het achterlaten van het oude huis en de mogelijke lastenverhoging. Een andere mogelijke reden is de angst van ouderen om na verhuizing hun sociale contacten kwijt te raken.

5. Voorlichting helpt ouderen anticiperen

Professionals kunnen ouderen helpen meer vooruit te kijken. De voorlichting kan bijvoorbeeld gaan over de verschillende typen dementie en het verloop daarvan. Op die manier worden ouderen en hun mantelzorgers beter voorbereid op wat er zou kunnen gebeuren en is het voor mantelzorgers makkelijker om daar op te anticiperen. In dit verband wordt ook genoemd dat vooral bij migranten nog een taboe ligt op dementie, waardoor voorlichting geven en het bespreekbaar maken binnen de familie nog meer van belang is. Wel wordt aangekaart dat voorlichting alleen effect kan hebben wanneer mensen er aan toe zijn en voor open staan. Ook hoeft de verantwoordelijkheid voor het actiever nadenken over verhuizen en woningaanpassingen niet alleen bij ouderen zelf te liggen. Zo kan de communicatie vanuit gemeenten over langer zelfstandig wonen beter. Daarnaast is er volgens de ANBO ook een taak voor belangenorganisaties weggelegd als het gaat om voorlichting over levensloopbestendig wonen. Verder is het van belang dat informatie en voorlichting wordt aangeboden via mediakanalen die vaak door ouderen gebruikt worden.

6. Sommige ouderen zijn wél goed voorbereid op hun toekomst

Volgens de geïnterviewde professionals zijn er ook proactieve ouderen die zelf stappen ondernemen om zo lang mogelijk zelfstandig te functioneren en wonen. Zo zijn al allerlei initiatieven ontstaan van ouderen die samen woonconcepten realiseren of zorgcoöperaties opzetten. De professionals denken niet dat dit alleen voor hoogopgeleide ouderen te realiseren zou zijn, maar wel dat deze groep mogelijk een langere adem heeft om het georganiseerd te krijgen, waardoor zij vaak ‘koplopers’ zijn.

Er zijn overigens ook al voorbeelden van woonconcepten met sociale huurwoningen voor ouderen, zoals het Amstelhuis in Amsterdam. Zie ook het recente voorbeeld LIFE in Amsterdam. Ouderen kunnen profiteren van de ervaringen die in dit soort initiatieven al zijn opgedaan. Niet alleen ouderen zelf, maar ook andere partijen, zoals gemeenten en woningcorporaties, zouden zich bezig kunnen houden met de woonomgeving van ouderen. Een aantal professionals ziet potentie in het slim inrichten van binnen- en buitenruimtes om ontmoeting, gezond gedrag en levensloopbestendig wonen.

Leefomgeving aanpassen

Eenvoudige maatregelen in de woning, zoals een juiste plaatsing van een douchekraan en een eenvoudig verplaatsbare handgreep op het toilet, zorgen ervoor dat mensen langer zelfstandig thuis kunnen wonen. Het ontbreken van toiletten in winkelcentra weerhoudt sommige ouderen ervan om deze te bezoeken, ook al zijn ze rollatorvriendelijk ingericht. Verder kan de aanleg van goede fietspaden en goede looproutes in een wijk beweeggedrag en redzaamheid bij ouderen bevorderen. Dit komt onder andere omdat voorzieningen waarvan ouderen dagelijks gebruik maken dan goed en veilig lopend of fietsend bereikbaar zijn.

7. E-health voor ouderen in opkomst

Het aanbod van e-health applicaties zoals apps en domotica voor preventieve ouderenzorg is groot en groeiende. De GGD AppStore biedt bijvoorbeeld een overzicht van relevante gezondheids-apps die door de GGD zijn getoetst. Er zijn hoge verwachtingen van de betekenis van e-health voor de ouderenzorg van de toekomst. De geïnterviewde professionals zijn van mening dat e-health een goede aanvulling kan zijn op de reguliere zorg en ondersteuning, maar nooit een vervanging daarvan mag of kan zijn. Zij vinden dat e-health lang niet voor iedere oudere geschikt is. Deze visie wordt ondersteund door resultaten van o.a. de e-Health monitor.

E-consult en dagstructuur populair

Professionals zien met name potentie in het e-consult, het onderhouden van sociale contacten middels apps op een tablet, technologische toepassingen voor in huis en dagstructurering met behulp van een smartwatch of een gps-tracker. De meeste van deze toepassingen worden al in de praktijk gebruikt, maar er is weinig bekend over de effecten op welzijn, gezondheid of zorggebruik.

Volgens professionals houdt het huidige aanbod van e-health nog te weinig rekening met de verschillende niveaus van digitale- en gezondheidsvaardigheden en de voorkeuren van ouderen. Men raadt daarom aan e-health vooral sámen met ouderen te ontwikkelen zoals in Scandinavië al meer gebeurt. Ook zouden ouderen beter begeleid moeten worden bij het gebruik van e-health. Een enkele professional geeft aan sceptisch te zijn en een ‘big brother is watching you’ gevoel te krijgen als het gaat om e-health. Daartegenover staat dat de meerderheid van ouderen die meededen aan een online enquete (zeer) positief staat tegenover domotica voor veiligheid, wooncomfort of online communiceren met zorgverleners.

8. Tijdige inzet preventie
Professionals zijn het er over eens dat momenteel nog te laat of te weinig gesignaleerd wordt wat ouderen nodig hebben om langer zelfstandig te blijven functioneren en wonen. Hierdoor is het moeilijk om preventieve interventies tijdig in te zetten. Volgens professionals wordt dit veroorzaakt door een versnippering van de zorg en ondersteuning waardoor continuïteit en opvolging van risico’s ontbreken. Er zou veel meer vanuit een integrale visie (samenwerking tussen gemeente en zorg- en welzijnsorganisaties) gewerkt moeten worden. Integraal werken betekent bijvoorbeeld dat wanneer professionals bepaalde risico’s signaleren die niet in hun eigen vakgebied liggen, zij daarvoor contact leggen met professionals met de juiste expertise. Deze werkwijze wordt nu nog gehinderd doordat het niet altijd duidelijk is welke partijen waarvoor verantwoordelijk zijn. Ook is onduidelijk hoe preventieve interventies, zoals vroegsignalering en opvolging, structureel moeten worden gefinancierd.

Belang van vroegsignalering

De bezuinigingen op de thuiszorg worden in deze context ook genoemd. Doordat er minder of soms helemaal geen huishoudelijke hulp of wijkverpleegkundige meer over de vloer komt bij ouderen, kunnen risico’s niet meer altijd gesignaleerd of opgevolgd worden. Dit, maar ook het ontbreken van opvolging van een oudere na een ziekenhuisopname, kan veroorzaken dat ouderen onnodig op de spoedeisende eerste hulp van het ziekenhuis terecht komen. Regio’s of projecten waarin al vanuit een integrale visie wordt gewerkt, zoals de regio Haarlem of het project ‘Samen Oud’ in Groningen kunnen dienen als voorbeeld en vraagbaak voor regio’s waar de integrale aanpak nog in ontwikkeling is. Een ander voorbeeld is de Transmurale Zorgbrug waarin professionals uit tweedelijnszorg en wijkverpleegkundigen samenwerken bij de begeleiding van kwetsbare ouderen die thuiskomen na een ziekenhuisopname. Daarnaast zou het aanleren van vaardigheden om vroegtijdig te signaleren en andere professionals in te schakelen voor opvolging volgens professionals ook uitgebreider in de opleiding aan bod moeten komen. Verder zou de specialist ouderengeneeskunde (SOG) in de eerstelijnszorg taken van een huisarts (tijdelijk) kunnen overnemen bij ouderen met complexe problematiek. Een SOG richt zich namelijk bij uitstek op wat er nog (meer) mogelijk is aan preventie bij zeer kwetsbare ouderen. 

9. Gemeentelijk ouderenbeleid

Gemeenten kunnen volgens de geïnterviewde professionals meer prioriteit geven aan preventief ouderenbeleid. Bijvoorbeeld door (meer) gebruik te maken van beschikbare gezondheidsgegevens, zoals die uit de gezondheidsmonitors van de GGD, en van Regionale OndersteuningsStructuren (ROS), wijkteams en ziekenhuizen. De GGD kan al deze gegevens verbinden en analyseren om de bevolking en behoeften binnen de gemeente en wijken in kaart te brengen en het aanbod hierop af te stemmen. Dit soort wijkprofielen kan worden gebruikt om maatwerk per wijk te leveren.

Vanwege de grote verschillen per wijk (en ook tussen stad en platteland) in groepen ouderen, behoeften en voorzieningenaanbod is maatwerk per wijk van belang. Het project ‘Even Buurten’ is een goed voorbeeld van een integrale wijkaanpak. De aanpak bestaat uit het opsporen van kwetsbare ouderen, het investeren in sociale netwerken van die ouderen en het verbinden van het aanbod van zorg en welzijn.
Dit heeft ook positieve effecten op de sociale cohesie in de wijk.

Bekijk de toolbox Even Buurten

Verder is het belangrijk dat de gemeente ouderen het vertrouwen schenkt om zelf ook interventies te bedenken en uit te voeren, zoals een wekelijks koffie-uurtje of een leesclub. Het is hierbij wel essentieel dat gemeenten niet alles door vrijwilligers laten regelen, omdat ouderen complexe problematiek kunnen hebben die door professionals onderkend en geadresseerd moet worden. De professionals onderstrepen dit belang en adviseren de gemeente ook gekwalificeerd personeel in te blijven huren. Verder wordt er door de professionals genoemd dat er meer oog moet zijn voor de kwetsbaarheid van mantelzorgers (De Klerk, 2014) en dat 24-uurs ondersteuning en respijtzorg beter toegankelijk moeten worden, zodat mantelzorgers daar eerder gebruik van kunnen maken.

Binnen gemeentes moet men meer met elkaar samenwerken om bijvoorbeeld ruimtelijke ordening en diensten af te stemmen op de wensen en behoeften van ouderen. Hierbij kan gedacht worden aan het ontsluiten van het openbaar vervoer, maar ook het faciliteren van nieuwe woonconcepten of zorgcoöperaties. Ook kunnen gemeenten ouderen ondersteunen bij het opbouwen van een sociaal netwerk en het bestrijden van eenzaamheid door de ontwikkeling van interventies. Een voorbeeld dat hierbij genoemd wordt is het actieprogramma ‘Voor Mekaar’ in Rotterdam.

10. Ondersteunende rol van de rijksoverheid

Professionals hebben ook nog een aantal aanbevelingen gedaan voor de rijksoverheid. Zo suggereert men een publiekscampagne in te zetten om specifieke problematiek bij ouderen bespreekbaar te maken. Men denkt hierbij bijvoorbeeld aan een tv spotje of magazine waarin mogelijkheden op het gebied van zorg en ondersteuning onder de aandacht komen. Ook wordt er voorgesteld om mensen de gelegenheid te geven om, voordat zij met pensioen gaan alvast een dag in de week tijd te besteden aan hobby’s, het opbouwen of uitbreiden van sociale contacten en eventueel vrijwilligerswerk. Momenteel wordt dit bij de rijksoverheid al gerealiseerd via de Partiële Arbeidsparticipatie Senioren (PAS) Regeling. Verder adviseren professionals om binnen de zorgverzekeringswet meer ruimte te bieden om preventie te financieren en om de specialist ouderengeneeskunde als zelfstandige praktijkvoerder in de eerstelijnszorg in te zetten. Overigens heeft de rijksoverheid al beleid ingezet om preventie beter in te bedden in het zorgstelsel en de samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraar op het gebied van selectieve preventie te faciliteren (Ministerie VWS, 2016). Dit wordt onder andere gedaan door het oprichten van een digitaal loket (RIVM, 2016) en een preventieteam dat concrete ondersteuning biedt aan gemeenten en zorgverzekeraars bij het vormgeven van gezamenlijke preventieactiviteiten. Ook kunnen gemeenten en zorgverzekeraars bij een gezamenlijk plan cofinanciering bij het ministerie van VWS aanvragen om de samenwerking te ondersteunen .

Aanbevelingen voor preventie

Beleid voor preventieve ouderenzorg moet dus voor alle groepen en domeinen ingezet worden. Er is een aantal groepen ouderen dat extra aandacht behoeft en voor wie goede aansluiting op de behoeften van groot belang is. Hieronder vallen niet alleen ouderen met een lage SES of lage gezondheidsvaardigheden, migranten en sociaal kwetsbare ouderen, maar ook minder voor de hand liggende ouderen zoals de LHBT-ers en hoger opgeleiden (vanwege het vaker voorkomen van alcoholmisbruik).
Verder dient bij het ontwikkelen en aanbieden van preventieve interventies rekening gehouden te worden met normen en waarden, religie, passies en werkverleden van verschillende groepen ouderen. Maatwerk is van cruciaal belang vanwege de grote diversiteit onder ouderen.

Meer aandacht in opleiding

De opleiding van professionals kan meer gericht worden op het ontwikkelen van vaardigheden om beter samen met ouderen te bepalen waaraan zij behoefte hebben. Hierbij is het essentieel dat de nog bestaande redzaamheid op andere domeinen behouden blijft. Ook dienen interventies, naast het aanbieden van vermaak, gericht te zijn op het bieden van zingeving aan ouderen die daar behoefte aan hebben. Het bereik en de effectiviteit van interventies is mogelijk hoger als interventies samen met ouderen of door ouderen zelf ontwikkeld worden. Het is hierbij van belang dat ook ouderen uit risicogroepen en moeilijk bereikbare groepen worden betrokken. E-health kan ingezet worden, maar vooral als toevoeging en niet als vervanging van reguliere zorg en ondersteuning. Bovendien zal niet iedere oudere van e-health gebruik kunnen of willen maken, dus hiermee moet bij de ontwikkeling en het aanbieden rekening gehouden worden.

Meer informatie

Reageer op deze pagina

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.beteroud.nl]





Cookies op de website van Beter Oud

Beter Oud gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer