'Als het gaat om wonen en welzijn zouden we vaker een collega kunnen vragen'

13 december 2017

Hoe kun je sociaal werk en eerstelijnszorg met elkaar verbinden als het gaat om ouderen? En hoe kijkt een huisarts hier tegen aan? Bezoekers van de Leergemeenschap Lokaal Samenwerken vroegen het Johan Winter, huisarts in Stadskanaal en betrokken bij het programma SamenOud. Hij ziet een coördinerende rol voor Praktijkondersteuners.

Twee voorbeelden: zo zet je ouderen in beweging

Waarom ben je huisarts geworden?

‘Mijn vader was huisarts. Als kleuter leek me zijn werk al interessant. En dat is zo gebleven. Het mooie vind ik het brede spectrum dat je als huisarts ziet. Van niet ziek tot heel ziek, van jong tot oud, van geboorte tot sterven. Dat hele spectrum en het leren kennen van de context van een patiënt vind ik het mooie van het vak.’

Je bent mee gaan doen aan het programma SamenOud. Waarom?

‘Mijn werkgebied in Stadskanaal is wat je noemt een verouderd gebied. Een van de doelen van SamenOud (zie kader, red.) was inventariseren of we de zorgvraag aan kunnen. Dat was voor mij als huisarts een belangrijk reden om mee te doen. Van de 2650 patiënten in mijn praktijk zijn er zo’n 680 boven de 65. De grijze druk (percentage 65+ tov 20-65, red) is 47%. Ten opzichte van het landelijk gemiddelde is dat heel erg hoog. Eén van de doelen van SamenOud is antwoord op de vraag hoe we met de te verwachten toenemende werkdruk het beste kunnen omgaan. Een geïntegreerde aanpak die uitgaat van de wensen van de patiënt sprak me erg aan’

Wat heeft SamenOud opgeleverd?

‘Vanuit een multidisciplinair Ouderenzorg Team zijn vragenlijsten verstuurd naar alle ouderen. Dat bleek heel waardevol. Je achterhaalt wensen en kunt zo veel meer werken vanuit het uitganspunt van wat de patiënt wil. Anders is het toch vaak dat wij bepalen waar de aandacht naartoe moet gaan. Of dat we wel vraaggericht werken, maar dat dat dan vooral antwoord geven is op problemen. Wat daarbij ook heel goed werkte was het multidisciplinaire overleg. Dan houd je de lijnen kort en kun je snel schakelen.’

En voor de ouderen?

‘Ik vind het lastig om voorbeelden te geven op individueel niveau, maar in ons overleg hoorde ik bijvoorbeeld wel eens van de wijkverpleegkundige of ouderenadviseur vragen die patiënten niet aan mij durfden te stellen. Blijkbaar voelen mensen toch een drempel bij een huisarts. Dat is dus ook een groot voordeel van een geïntegreerde samenwerking. Je komt met elkaar meer te weten over een patiënt en kunt zo eerder en beter helpen.’

Kijken huisartsen wel met een brede blik? Stel er komt iemand de praktijk met hoofdpijn. In hoeverre zie je dan ook of er andere dingen spelen dan alleen lichamelijke oorzaken? Misschien heeft iemand wel schulden.’ ‘Ik doe vooral natuurlijk medisch onderzoek. Maar als ik medische oorzaken kan uitsluiten, stuur ik mensen door. Bijvoorbeeld naar de praktijkondersteuner GGZ of ik kijk naar mogelijkheden bij welzijn. Dat betekent dat je als huisarts de sociale kaart wel moet kennen. En je moet erkennen dat je ook echt niet alles weet. Welzijn is bijvoorbeeld niet mijn expertise. Daarom is die verbinding ook zo be-langrijk. Zo heb ik zelf veel gehad aan de ouderenadviseur van welzijn. Als je dan ook nog kunt wer-ken met vaste contactpersonen kom je een eind en kun je met elkaar het hele plaatje zien. We moeten ook accepteren dat de huisarts die al zijn patiënten kende er niet meer is. Mijn vader heeft in zijn 35-jarige carrière 4 assistenten gehad. In onze praktijk is hiervoor alleen al 7,5 fte. En daarnaast zijn er verschillende praktijkondersteuners Somatiek en GGZ. Je weet dus niet alles meer. Dan is het belangrijk dat je je populatie af en toe screent. Ook daarom waren de vragenlijsten van SamenOud voor 75-plussers waardevol.’

De klacht is vaak dat contact met huisartsen moeilijk is. Herken je dat?

‘Huisartsen zijn vaak solisten. We vragen niet gauw om hulp. Wordt het medisch lastig? Dan schakelen we een specialist in het ziekenhuis in. Maar als het gaat om wonen en welzijn zouden we, zoals ik hiervoor al aangaf, ook wel vaker een collega kunnen vragen met meer expertise. Hier zouden we alerter op moeten zijn. Om in contact te komen met een huisarts, is rechtstreeks benaderen het uitgangspunt. Maar als dat moeilijk is, zou ik iedereen adviseren de Praktijkondersteuner in te schakelen. Voor hen zie ik sowieso een grote rol weggelegd. Zij doen nu al veel in de begeleiding van mensen met diabetes of ander chronische ziekten. Wat mij betreft zouden ze ook meer een coördinerende functie kunnen hebben. Ze zouden een spil kunnen zijn tussen allerlei professionals in de wijk en de huisarts.’

Welke tip heb je nog voor professionals in de wijk?

‘Het gaat er vooral om dat je elkaar leert kennen. Dan is het makkelijker om elkaar te vinden. We moeten het samen doen en dat betekent dat je elkaar moet opzoeken. Organiseer een borrel of een andere vorm van ontmoeting, waarbij allerlei disciplines zijn uitgenodigd. Als je in een groot gebied werkt, is dat misschien lastiger, maar zet het kleinschalig op. Ik denk echt dat ontmoeting helpt.’

BeterOud organiseerde in 2017 weer verschillende leergemeenschappen. Dit artikel is tot stand gekomen naar aanleiding van de Leergemeenschap Lokaal Samenwerken van 27 november 2017.

Meer lezen:

Reageer

Wil je een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen [].
Voorbeeld: [www.voorbeeld.nl] of [http://www.voorbeeld.nl]
Velden met een (*) zijn verplicht.

Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.

Meer weten...