Raymond Koopmans: 'De pareltjes in ons werk halen de kranten niet'

21 februari 2017

Raymond Koopmans

Specialist ouderengeneeskunde, docent, onderzoeker en hoogleraar Ouderengeneeskunde; Raymond Koopmans is dagelijks bezig met de ouderenzorg, en gespecialiseerd in onderzoek naar de zorg voor mensen met dementie. In een interview met het tijdschrift Gerōn vertelt hij over zijn vak, de kwaliteit van de Nederlandse verpleeghuiszorg en hoe hij zelf bezig is met ouderdom.

Je kunt nu ook het volledige tijdschrift gratis downloaden (pdf).

Eerst hadden we de verpleeghuisarts en nu is er de specialist ouderengeneeskunde. Wat is het verschil en hoe ziet u de toekomst van dit specialisme?
Het specialisme is voortgekomen uit een fusie van de sociaal geriaters en de verpleeghuisartsen. Dat heeft er enerzijds mee te maken dat de sociale geriatrie geen aparte erkenning kreeg. Anderzijds was er een beweging van de verpleeghuisartsen om ook buiten het verpleeghuis te gaan werken. Daarmee hebben wij een verbreed specialisme gekregen.

We profileren ons als een specialisme dat bedoeld is voor ouderen, al werken we in de langdurige zorg in de instellingen ook met doelgroepen die wat jonger zijn. Bijvoorbeeld mensen met niet-aangeboren hersenletsel of jonge mensen met dementie. Het specialisme is bedoeld voor patiënten met complexe zorgvragen, ongeacht hun verblijfplaats.

Inmiddels hebben wij een viertal kaderopleidingen. Dat betekent dat je na je driejarige specialisatie je ook nog verder kunt verdiepen in de palliatieve zorg, geriatrische revalidatie, psychogeriatrie of de eerstelijnszorg. Maar we moeten een generalistisch specialisme blijven en niet de richting opgaan die veel ziekenhuisspecialismen zijn opgegaan.

"Een mooie slogan voor ons vakgebied is: generalisme is ons specialisme"

Een mooie slogan voor ons vakgebied is: generalisme is ons specialisme. Ik ben het daar ook echt mee eens, juist in deze tijd, waarin ik zie dat we in de gezondheidszorg in brede zin het geheel van de mens uit het oog dreigen te verliezen. Dat is bij mensen met een complexe zorgvraag funest. Soms heb ik zelfs de indruk dat we allemaal om integrale zorg roepen, maar dat we nog meer versnipperen dan voorheen.

Het vak van de specialist ouderengeneeskunde ontwikkelt zich momenteel sterk naar buiten toe, naar de thuissituatie. Wij maken met de ouderen de beweging naar langer thuis wonen mee. Dat betekent dat we toegaan naar een situatie waarin de eerstelijn, huisartsenzorg en intramurale ouderenzorg veel meer gaan samenwerken.

Bij de samenwerking met de huisartsen hebben we de grootste stappen gemaakt. Vijf jaar geleden was dat nog aftasten. Bij de huisartsen waren er reserves. Komen ze ons werk afpakken? Dat is nu heel snel aan het kantelen. We hebben elkaar keihard nodig. De expertise van de specialist ouderengeneeskunde wordt door huisartsen nu echt gezien en gewaardeerd.

Wat de ontwikkeling van ons vak belemmert, zijn de financieringsschotten. De specialist ouderengeneeskunde kan formeel nog niet binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) werken, behalve voor de geriatrische revalidatie, maar ook daar komt snel verandering in.

Je moet ook duidelijk kunnen maken wat de specialist ouderengeneeskunde anders doet dan de klinisch geriater. Als ik huisarts ben en ik wil iemand doorverwijzen, waarom verwijs ik dan naar de specialist ouderengeneeskunde in plaats van naar de geriater? Waarom zou ik mijn patiënt niet meteen naar het ziekenhuis sturen?
Er is een tijd geweest dat je dacht, wie maakt nou die stap naar de eerstelijn, de geriater of de specialist ouderengeneeskunde.

Dat is inmiddels wel duidelijker geworden en dat heeft in de eerste plaats te maken met het geringere aantal geriaters. Die beroepsgroep is een zesde (250) van onze beroepsgroep (1600). Overigens hebben wij als specialisten ouderengeneeskunde een tekort, want landelijk is één op de zes vacatures niet te vervullen. Dat laatste is echt een probleem dat zich begint te wreken. Ik hoor dat van iedereen. Ook de wijkverpleegkundigen kampen overigens met een tekort in formatie. En de huisartsen lijken het ook niet aan te kunnen. Het wringt op allerlei plaatsen in het land.

"Soms heb ik zelfs de indruk dat we allemaal om integrale zorg roepen, maar dat we nog meer versnipperen dan voorheen"

Voor geriaters – en dat is een tweede punt – is er nog veel te doen voor/in de geriatisering van ziekenhuizen, zodat ziekenhuizen seniorvriendelijk worden en goede ouderenzorg leveren, ook door orgaanspecialisten.

In de derde plaats zijn specialisten ouderengeneeskunde eerstelijnsspecialisten en dus goedkoper dan geriaters. In bijvoorbeeld de diagnostiek van dementie is vooral het oude handwerk van de anamnese van belang, dat hoeft niet standaard met CT-scans en MRI’s. Als je dat bij mensen thuis als specialist ouderengeneeskunde met behulp van de psycholoog kunt afhandelen, is daar veel voor te zeggen. Je moet wel de grenzen van je competenties bewaken. In bepaalde gevallen moet je zeggen: dit is mij en de huisarts te ingewikkeld, dus we verwijzen door naar de geheugenpolikliniek.

"Er is gewoon die rauwe werkelijkheid. En die contrasteert erg met het pleidooi voor vitaliteit"

Eén van de punten waar u vaak op wijst is de negatieve beeldvorming rond kwetsbaarheid. Eerder hadden wij in Gerōn een interview met Anne Mei The. Zij geeft aan dat mensen niet voor ogen hebben dat een leven met dementie een aangenaam leven kan zijn. Ze verzucht ‘Het kan toch niet zo zijn dat euthanasie de oplossing is voor dementie?’ Een realistischer beeld over kwetsbaarheid vergt een diepe cultuurverandering in onze samenleving, stelt Anne Mei The. Hoe kunnen we daar een start mee maken?
Dat is een moeilijke vraag. Het diepgewortelde vraagstuk is dat we niet willen zien dat kwetsbaarheid bij het leven hoort. We willen niet zien en accepteren dat dementie of een beroerte je kan overkomen en dat je dan zorgafhankelijk wordt. Het heeft te maken met de cultuur van maakbaarheid waarin wij leven.

De euthanasiewet en de reflex van ‘geef mij nou maar die pil’ heeft ook met die maakbaarheid te maken. Mensen willen het heft in eigen handen houden. Ik heb veel familieleden gezien die tegen mij zeggen: ‘Nou, ik weet het wel dokter als het zo ver is, dan neem ik dat spuitje’. Waarop ik dan vaak zeg: ‘nou dan spreken we elkaar nog wel’.

 Ze zeggen eigenlijk: ‘dit wil ik niet, dit is mensonwaardig’. Het denken over lijden vind ik, ook als dokter, een heel lastig thema. Is dementie alleen maar een lijdensweg? Ik ben het eens met Anne Mei The: het is lang niet altijd alleen maar een lijdensweg. En dat geldt ook voor andere aandoeningen.

Zijn de specialisten ouderengeneeskunde niet bij uitstek de cultuurdragers die duidelijk kunnen maken dat er ook mooie dingen gebeuren tijdens de moeilijke laatste levensfase?
Er gebeuren hele mooie dingen en tegelijkertijd kunnen we het niet mooier maken dan het is. Er is gewoon die rauwe werkelijkheid. En die contrasteert erg met het pleidooi voor vitaliteit. We willen die rauwe werkelijkheid liever niet zien. Ik denk bijvoorbeeld aan de krantenkop ‘de urine liep langs haar benen’ (ten tijde van de ophef rond de moeder van staatsecretaris Martin van Rijn eind 2014, red.). Ja denk ik dan, het afgelopen uur is die bewoner vijf keer verzorgd en de zesde keer gaat het mis. Je kunt dat alleen voorkomen als je dingen doet die we eigenlijk niet willen, zoals een katheter inbrengen.

Met welke inspanning dan ook: je kunt het soms niet mooier maken. Ik vind wel dat we als dokters de opdracht hebben om een maximale inspanning te leveren om het lijden en het ongemak zo gering mogelijk te maken en dat we dat soms ook beter kunnen. En ook zorgmedewerkers hebben daarbij natuurlijk een belangrijke rol.

"Voor de goede orde, van mij mogen alle ziekenverzorgenden een lintje krijgen"

We laten hoog complexe zorg nu bijvoorbeeld nog teveel over aan laag opgeleide medewerkers. Voor de goede orde, van mij mogen alle ziekenverzorgenden een lintje krijgen, maar dit is een belangrijk en politiek issue: er is passende deskundigheid nodig voor deze complexe zorg.

U wijst op onmogelijkheden en tekorten in de zorg, maar als we terug gaan naar de vraag over wat specialisten ouderengeneeskunde kunnen doen om de gewenste cultuurverandering in de samenleving over kwetsbaarheid en lijden te beïnvloeden: Zouden u en uw vakgenoten niet vaker de bemoedigende boodschap moeten brengen over wat voor fantastische dingen er gebeuren met die ‘knettergekke’ demente ouderen? Waardoor mensen inzien dat het leven ook in een hele kwetsbare fase, het leven waard is?

Fijn dat jullie dat zeggen. Laat ik maar eerlijk zijn: daar zijn we niet goed in. Er zijn dagelijks kleine pareltjes in ons werk maar die halen de kranten nooit. We weten waar de kranten over willen schrijven, de incidenten en de zwarte lijsten. Daarom ben ik ook blij met de titel van het programma ‘Waardigheid en Trots’. We moeten ook trots kunnen zijn op ons werk. Ik ken mensen die niet durven te vertellen dat ze in een verpleeghuis werken. Een promovendus die was overgestapt van neurologie naar ouderengeneeskunde vertelde laatst dat collega- neurologen reageerden met what a waste of talent. Dat zegt veel over de negatieve beeldvorming, daar hebben we nog veel werk te verrichten.

"Ik ken mensen die niet durven te vertellen dat ze in een verpleeghuis werken"

Is er in het VWS-programma ‘Waardigheid en trots’ voldoende aandacht voor dat lijden en de kwetsbaarheid van de mens?
Waardigheid en Trots heeft heel veel energie vrijgemaakt in de sector. Er is veel ambitie. Tegelijkertijd zijn er wel veel veranderingen in relatief korte tijd. Er lopen veel experimenten waarbij je opnieuw – dat is altijd zo met grote programma’s – benieuwd bent wat er uiteindelijk beklijft.

Nu zijn door de staatssecretaris de bezuinigingen teruggedraaid, maar de sector zit nog steeds heel krap.

Welke verandering moet Waardigheid en Trots opleveren?
Er is een stukje in Waardigheid en Trots dat mij erg aanspreekt en dat is dat er gesproken wordt over een kennisinfrastructuur en een top-care structuur. Daar zijn wij hier in de regio Nijmegen mee bezig in het UKON. In de curatieve zorg hebben we enorme sprongen vooruit gemaakt waardoor de druk op de langdurige zorg steeds groter wordt. Als je dan ziet hoe scheef de verhouding is tussen kennisontwikkeling in de curatieve zorg vergeleken met de langdurige zorg, dan is iedere verhouding zoek.

Wij doen in de langdurige zorg ons stinkende best met een smalle basis van bewijsvoering. Mijn overtuiging als wetenschapper is dat als we niet veel meer weten van wat de waarde van interventies in de langdurige zorg is, we geen steek verder komen. Ik ben ervan overtuigd dat we een heel ander debat krijgen als we daar meer over weten.

"Uiteindelijk is het dan een politieke kwestie: is het de moeite waard om nog in de laatste twee jaar van een Parkinsonpatiënt te investeren?"

Uiteindelijk is het dan een politieke kwestie: is het de moeite waard om nog in de laatste twee jaar van een Parkinsonpatiënt te investeren? Voor de neuroloog is opname in het verpleeghuis het eindpunt. Over de laatste fase in het verpleeghuis is bijna niets bekend. Het onderzoek daarnaar staat nog in de kinderschoenen.

Pauline Meurs pleit voor een moratorium op opnieuw een stelselherziening oftewel een tijdelijk verbod daarop. Diverse politieke partijen zijn daar juist voor, denk aan het pleidooi van de SP voor een nationaal zorgfonds. Volgens Pauline Meurs zijn we dan weer jaren bezig met het implementeren van die veranderingen in plaats van met verbetering van de zorg zelf op de werkvloer. Hoe ziet u dat?
Er zitten weeffouten in het nieuwe stelsel maar laten we eerst proberen die er zoveel mogelijk uit te halen en niet opnieuw het stelsel op de schop te nemen. Er zijn veel problemen zichtbaar geworden na de stelselwijziging, zoals het tekort aan wijkverpleegkundigen en meer verwarde mensen op straat. Maar komt dat door de stelselwijziging? Ik ben er van overtuigd dat we het langer thuis wonen niet altijd kunnen opvangen als maatschappij.

Daarbij ben ik benieuwd wat het informele circuit nog meer kan doen, want dat is al vaak overbelast. Uit recent onderzoek kwam naar voren dat veel studenten die mantelzorgtaken vervullen zelfs psychische problemen krijgen. Ik had nog helemaal niet bedacht dat dat ook voorkomt.

Tegelijkertijd zeggen uw collega’s in Medisch Contact dat we de beste zorg hebben, vergeleken met andere Europese landen.
Daar hebben ze helemaal gelijk in. Ik kom net terug van een congres in Amerika en ik kom helemaal empowered terug omdat ik constateer dat we hier veel verder zijn. In Engeland worden mensen massaal naar het ziekenhuis gestuurd omdat ze niet het medisch specialisme hebben dat wij hebben met de specialist ouderengeneeskunde. We zijn uniek in de wereld met dit specialisme en fungeren als poortwachter richting ziekenhuis. Indien nodig komen we er ’s nachts voor uit ons bed.

Wij behandelen in het verpleeghuis en hebben indringende gesprekken met bewoners over de zin en soms onzin van een ziekenhuisopname. In Nederland overlijdt bijna niemand met dementie in een ziekenhuis. In Engeland is dat bijna de helft van de patiënten.

Hoe ziet u uw eigen ouderdom? Bent u daar mee bezig?
Wat wonen betreft ben ik er mee bezig. Daar moet je op anticiperen vind ik. Tijdens mijn studietijd woonde ik een woongroep. Nu wonen we in een buitengebied en ik denk wel eens over een coöperatie zoals in Hoogeloon. Maar ik moet eerlijk zeggen: mijn vrouw is daar nog niet zo aan toe. Hoe moet dat nou later, vraag ik me wel eens af. Wij wonen aan het eind van een 400 meter lang zandpad en hoe moet ik dan later met mijn scootmobiel naar en van huis komen? Ik zou het wel mooi vinden als je meer met elkaar kunt doen. Ik voel dat de tijd van ‘de overheid zorgt voor u’ voorbij is.

Wij hebben land, dus waarom kunnen we daar niet iets op bouwen voor later, samen met anderen? Maar dan stuit je op allerlei regels van de overheid, dat weet ik nu al. De overheid moet in de nabije toekomst een afweging maken, vast houden aan de eigen regels of de creativiteit belonen van de burger.

Er is nog een andere manier waarop ik bezig ben met mijn eigen ouder worden. Om je heen zie je mensen overlijden, ook in de naaste familie. Als mij iets mankeert heb ik niet meer zo snel dat ik denk ‘het zal wel niets zijn’. Het doet me beseffen dat ik eigenlijk wel heel graag oud wil worden!

Over Raymond Koopmans

Raymond Koopmans stapte al op jonge leeftijd in de wereld van de ouderenzorg. Na zijn artsexamen vervulde hij zijn vervangende dienstplicht als arts in verpleeghuis Margriet in Nijmegen. Daarna stapte hij over naar Joachim en Anna, Specialistisch Zorg- en Behandelcentrum (onderdeel van Stichting De Waalboog). Daar werkt hij tot op heden als specialist ouderengeneeskunde, zij het anderhalve dag in de week.

De overige werkdagen, werkt Raymond als onderzoeker, docent en hoogleraar Ouderengeneeskunde, in het bijzonder de langdurige zorg aan het Radboudumc. Hij is gespecialiseerd in onderzoek naar de zorg voor mensen met (gevorderde) dementie. Daarbij richt hij zich met name op het behandelen van probleemgedrag, zoals agressie en roepen. De uitdaging daarbij ligt volgens hem in het minder voorschrijven van psychofarmaca en het opbouwen van kennis over welk soort psychosociale behandelingen het gedrag positief beïnvloeden.

Naast zijn werk voor De Waalborg en het Radboudumc is Raymond voorzitter van het UKON, Universitair Kennisnetwerk Ouderenzorg Nijmegen (www.ukonnetwerk.nl). Binnen dit netwerk werken vijftien zorgorganisaties en het Radboudumc samen om de laatste kennis uit de wetenschap te gebruiken in de zorgpraktijk, met als doel het verbeteren van de kwaliteit van leven en de kwaliteit van zorg voor kwetsbare ouderen en chronisch zieken. Van zijn nevenactiviteiten noemen we dat hij lid is van de wetenschappelijk adviesraad Care & Cure van Zorginstituut Nederland.

Interview: Jan Willem van de Maat & Max de Coole

Cover Geron 4Gratis nummer Gerōn

Het interview met Raymond Koopmans verscheen eerder in Gerōn. Gerōn is een tijdschrift dat informeert over ouder worden in een steeds veranderende samenleving. Met informatie en opinies uit praktijk, beleid en wetenschap. Gerōn verschijnt 4x per jaar. Ieder nummer belicht een nieuw thema en biedt artikelen binnen vier interessegebieden/domeinen: participatie & ontwikkeling, gezondheid & zorg, arbeid & inkomen en wonen & mobiliteit.

Meer informatie: www.bsl.nl.

Verder lezen

Reageer

Wil je een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen [].
Voorbeeld: [www.voorbeeld.nl] of [http://www.voorbeeld.nl]
Velden met een (*) zijn verplicht.

Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.

Meer weten...