Evaluatie woonservicegebieden

De woonservicegebieden zijn binnen het Nationaal Programma Ouderenzorg in opdracht van ZonMw geëvalueerd. De samenvatting van het eindverslag van ZonMw en andere rapporten staan hieronder beschreven.

Conclusie

Woonservicegebieden sluiten aan bij wat ouderen zelf willen en dragen er aan bij dat zij langer zelfstandig kunnen wonen. Woonservicegebieden zorgen er voor dat ouderen minder snel achteruit gaan als zij te maken krijgen met toenemende beperkingen. Daarnaast blijkt dat ouderen in woonservicegebieden minder vaak in het ziekenhuis hoeven te worden opgenomen. Het aanpassen van woningen in deze gebieden draagt er aan bij dat er minder beroep hoeft te worden gedaan op thuiszorg. Met de nodige voorzichtigheid kan geconcludeerd worden dat het aannemelijk is dat woonservicegebieden (in vergelijking tot gewone woongebieden) een doelmatiger vorm van zorg en ondersteuning bieden.

Doel

Het onderzoeken van de effecten van tien woonservicegebieden op het dagelijks leven van de ouderen die er wonen.

Resultaten

Er zijn aanwijzingen dat ouderen in woonservicegebieden langer zelfstandig wonen. Er zijn nauwelijks verschillen gevonden tussen de gezondheid en mate van welbevinden van ouderen in woonservicegebieden en ouderen in vergelijkbare gebieden. Wel kunnen ouderen in woonservicegebieden beter omgaan met ziekte en gezondheid. Met betrekking tot het welbevinden en gezondheid van ouderen wordt gevonden dat:

  • Het effect op psychische problemen minder sterk is naarmate beperkingen toenemen;
  • Bij toenemende kwetsbaarheid copingproblemen minder snel stijgen;
  • Bij toenemende beperkingen (gerelateerd aan stemmingsproblemen en geheugenfuncties) de copingproblemen minder snel stijgen en de kwaliteit van het contact met andere mensen minder snel achteruit gaat;
  • Bij toenemende kwetsbaarheid het welbevinden minder snel afneemt.

Er zijn geen aanwijzingen dat ouderen in woonservicegebieden meer gebruik maken van informele zorg dan daarbuiten. Ook is er vrijwel geen verschil in de zorgconsumptie per persoon (bij gelijke kwetsbaarheid). Wel is het aantal ziekenhuisopnames van ouderen in (of woonachtig in) woonservicegebieden significant lager dan daarbuiten. Ook gebruiken ouderen in beter aangepaste woningen minder thuiszorg. Berekeningen wijzen uit dat met de inrichting van woonservicegebieden een bescheiden doelmatigheidswinst geboekt kan worden.

Methode

Mix methods studie (mix van kwantitatieve en kwalitatieve methoden). Voor het kwantitatieve deel werd een enquête gehouden en een vergelijking gemaakt tussen de proeftuinen onderling, een vergelijking met een aantal verschillende vergelijkingsgebieden en controlegebieden en een vergelijking met ongeveer 1.400 zelfstandig wonende ouderen in de database van het triage-onderzoek van NPO Noord. Voor het kwalitatieve deel is een systematische analyse gemaakt van verhalen van ouderen (narratieve interviews) om inzicht te krijgen in hun kijk op hun eigen kwaliteit van leven. Het onderzoek bestaat verder uit aanvullende analyses van respectievelijk de kenmerken van het leefgebied en van de verschillende woonservice arrangementen. Voor deze laatste analyse is in elke proeftuin gesproken met professionals op het gebied van zorg, welzijn en wonen.

Setting

Tien woonservicegebieden verspreid over heel Nederland.

Deelnemers

1500 ouderen (150 per woonservicegebied) van 70 jaar of ouder die in de tien proeftuinen wonen en verschillen in mate van kwetsbaarheid, geselecteerd door middel van een korte vragenlijst (afgeleid van de Groningen Frailty Indicator; GFI). Voor het afnemen van de narratieve interviews werden per proeftuin 36 respondenten geselecteerd uit de 150 respondenten.

Belangrijkste uitkomstmaten effectiviteit

Zelfstandig wonen, gezondheid en welbevinden, informele en professionele zorg, doelmatigheid.

Wetenschappelijke beschrijving

De onderzoeksprojecten binnen het NPO zijn ook langs de wetenschappelijke meetlat gehouden, volgens nationaal en internationaal gebruikelijke methoden. Naast meer informatie over het design, de omvang en looptijd van de studie, bevat de wetenschappelijke beschrijving ook een beoordeling van de opzet en uitvoering van de studie. De beschrijvingen zijn voorgelegd aan de projectleiders en in sommige gevallen op basis van aanvullende informatie aangepast. Het meest 'sterke' design binnen de studie is beoordeeld. Wanneer er meerdere designs zijn toegepast, is de beschrijving van wetenschappelijke evidentie daardoor niet volledig. Lees zowel de algemene beschrijving als de wetenschappelijke beschrijving voor een compleet oordeel over het project.
Lees de wetenschappelijke beschrijving van 10 proeftuinen woonservicegebieden (pdf)

Lees de volledige onderzoeken en publicaties

Meer informatie

Reageer

Wil je een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen [].
Voorbeeld: [www.voorbeeld.nl] of [http://www.voorbeeld.nl]
Velden met een (*) zijn verplicht.

Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. melding sluiten