Evaluatie en resultaten project Mondzorg Ouderen

Om de effectiviteit van de voorlichtingsbijeenkomsten te meten, hebben onderzoekers bij de deelnemers (thuiswonende ouderen en ouderen in zorginstellingen) kennis en gedrag gemeten, zowel voor en na de voorlichtingsbijeenkomst. Daarnaast hielden ze interviews met ouderen en mantelzorgers waarin ze vroegen in hoeverre de informatie van belang was en wat ze van de voorlichtingsbijeenkomst vonden. Het onderzoek is gedaan door studenten en docenten Mondzorgkunde van de HU.

Conclusie

  1. De voorlichtingsbijeenkomsten leidden alleen bij personen met een gebitsprothese tot verandering van het poetsgedrag. Hoewel de kennis over het belang van een goede mondgezondheid ook bij ouderen met eigen gebit toenam, gaven zij aan over het algemeen niet hun mondzorggedrag te hebben gewijzigd.
  2. Bij ouderen met een gedeeltelijke of volledige gebitsprothese was de mondgezondheidgerelateerde kwaliteit van leven minder in vergelijking met ouderen met gebitselementen.
  3. Vanuit verschillende perspectieven is het van belang dat ouderen uit beide groepen de tandarts / mondhygiënist blijven bezoeken. Landelijke, brede voorlichtingscampagnes nodig zijn nodig om de bewustwording over het belang van de mondzorg en de mondgezondheid te verhogen, naast lokale voorlichtingsbijeenkomsten. Daarnaast is het van groot belang om ook de zorgprofessionals en mantelzorgers in dit proces mee te nemen.
  4. Thuiswonende ouderen en ouderen die in een verzorgingshuis wonen, zijn moeilijk te motiveren om naar een (gratis) voorlichtingsbijeenkomst over mondgezondheid en mondgezondheidgerelateerde aspecten te gaan. Grote groepen ouderen bereiken kan beter met andere strategieën, bijvoorbeeld door het combineren van het onderwerp mondzorg met andere onderwerpen als voeding, diabetes en medicijngebruik.
  5. Minder valide, kwetsbare ouderen vragen extra aandacht omdat zij afhankelijk zijn van anderen om naar een tandarts of mondhygiënist te gaan. Ouderen hebben daarbij aangegeven dat zij het moeilijk vinden om aan anderen hulp te vragen om voor een periodiek mondonderzoek naar een mondzorgverlener te gaan. Zij hebben de neiging alleen anderen te vragen als er klachten zijn. Voor deze groep ouderen moet dan ook een oplossing worden gezocht. Oplossingen kunnen zijn dat het voor deze groep gemakkelijker moet worden om naar een mondzorgverlener te gaan, of dat een mondzorgverlener op huisbezoek gaat bij deze ouderen.
  6. Voor het behoud van een goede mondgezondheid tot op hoge leeftijd, zijn meer grootschalige (landelijke) voorlichtingsbijeenkomsten en -spots nodig, ook op radio en televisie. Daarbij moet specifiek aandacht komen voor ouderen met gebitselementen. Ouderen met een (partiële) gebitsprothese mogen echter niet worden vergeten.

Doel

Het doel van het onderzoek was het effect te meten van de voorlichtingsbijeenkomst in termen van verandering in kennis en mondzorggedrag bij deelnemers: thuiswonende ouderen en ouderen in een zorginstelling. Daarnaast was het doel om een evaluatie uit te voeren over de behoefte aan informatie onder ouderen en mantelzorgers en de aansluiting van de voorlichtingsbijeenkomst op deze behoefte. 

Resultaten

In 6 verzorgingshuizen is een voorlichtingsbijeenkomst georganiseerd. Er zijn 3 voorlichtingsbijeenkomsten in 2 dagcentra geweest voor kwetsbare, zorgafhankelijke, thuiswonende ouderen. Er was 1 voorlichtingsbijeenkomst in een Alzheimercafé en 1 voorlichtingsbijeenkomst bij het ontmoetingscentrum King Arthur Groep. In totaal hebben ruim 100 ouderen en 30 mantelzorgers de voorlichtingsbijeenkomsten bijgewoond. Daarnaast zijn docenten en studenten van de opleidingen Mondzorgkunde en Tandprothetiek aanwezig geweest op de Ouderenmarkt van Cosbo Stad-Utrecht en Axion Continu waar de overgrote meerderheid van de ongeveer 500 bezoekers de stand van mondzorg voor ouderen heeft bezocht.

De gemiddelde leeftijd van de ouderen bij de voorlichtingsbijeenkomsten was 88 jaar. Meer vrouwen dan mannen bezochten de voorlichtingsbijeenkomsten. De voorlichtingsbijeenkomsten werden door de aanwezigen die de evaluatie hadden ingevuld goed gewaardeerd. Vooral mantelzorgers waren tevreden over de voorlichting. Van de totale groep hebben 11 deelnemers de kennisvragenlijst ingevuld en 14 deelnemers de vragenlijst over mondzorggedrag. Zij deden dit op twee tijdstippen: voor de voorlichting en 4 tot 6 weken na de voorlichting. Er is een verbetering in kennis gemeten (van 55% voldoendes vóór de voorlichting naar 85% voldoendes 4 weken na de voorlichting). Ook is er een verandering opgetreden in mondzorggedrag bij ouderen met een gebitsprothese. Zij bleken bij de nameting de adviezen te hebben opgevolgd.

Tijdens een interview met 24 ouderen vulden de onderzoekers een aanvullende vragenlijst in. Personen met een gedeeltelijke of volledige gebitsprothese hebben een lagere mondgezondheidgerelateerde kwaliteit van leven en bezoeken minder vaak een tandarts dan personen met gebitselementen. Een aantal ouderen vond het lastig om een nieuwe tandarts te vinden na het verhuizen naar een verzorgingshuis. Een beroep moeten doen op andere personen zoals familie (vaak kinderen) en vrijwilligers is een andere belemmerende factor, waardoor deze ouderen niet of minder vaak naar een tandarts of mondhygiënist gaan. Zij bezoeken dan alleen een tandarts bij klachten in de mond. Van de deelnemers met eigen gebit heeft 75% behoefte aan mondzorgbehandeling.

Methode

In de periode medio 2013 tot en met het eerste kwartaal 2014 benaderden de onderzoekers verschillende organisaties voor ouderen in en om Utrecht om deel te nemen aan dit project.

Studenten of docenten van de opleiding Mondzorgkunde gaven de voorlichting, die duurde tussen de 30 en 45 minuten. Voor en na de voorlichtingsbijeenkomst kregen de deelnemers een vragenformulier met het verzoek deze in te vullen. Na afloop was er ruime gelegenheid voor het beantwoorden van vragen. De totale voorlichtingsbijeenkomst duurde ongeveer 2 uur, dit was inclusief tijd voor het invullen van de vragenlijsten.

Meetinstrumenten

Om de effectiviteit van de voorlichtingsbijeenkomsten te onderzoeken werd gebruik gemaakt van verschillende vragenlijsten. Ouderen vulden de vragenlijsten zelf of met begeleiding in. Zowel voor (T0) als 4 weken na (T1) de voorlichtingsbijeenkomst vulden de ouderen vragenlijsten in om de effectiviteit op hun kennis te meten. Na de voorlichtingsbijeenkomst vroegen de onderzoekers of de ouderen op een later tijdstip een mondzorgkundestudent wilden ontvangen. Ze gaven uitleg over het doel en de verwachte lengte van het bezoek. 4 tot 6 weken na de voorlichtingsbijeenkomst bezochten de studenten mondzorg een aantal ouderen thuis. Tijdens dit bezoek namen zij een aanvullende vragenlijst af over aan mondzorggezondheidgerelateerde kwaliteit van leven en over aspecten gerelateerd aan een tandartsbezoek.

  1. Mondzorgkennis vragenlijst
    De ‘kennisvragenlijst’ bestond uit 10 stellingen met 2 antwoordmogelijkheden: juist of onjuist. Deze stellingen leverden informatie op over in hoeverre de deelnemers aan de voorlichtingsbijeenkomst de informatie goed onthielden. Bij de ontwikkeling van deze vragenlijst waren 3 experts betrokken, zowel mondzorginhoudelijk als bij het ontwikkelen van vragenlijsten. Deze experts hebben afzonderlijk van elkaar de vormgeving en de inhoud van de vragenlijst beoordeeld, wat de betrouwbaarheid van de vragenlijst vergrootte.
  2. Mondzorggedrag vragenlijst
    Om de effectiviteit van de voorlichting op mondzorggedrag te meten gebruikten de onderzoekers een onderdeel uit een bestaande vragenlijst over mondgezondheid en mondzorggedrag van ouderen. Deze is ontwikkeld door een onderzoeker van het Radboud UMC in Nijmegen. Het gebruikte onderdeel bestaat uit een vragenlijst van 13 vragen over mondzorggedrag die gebruik maakt van antwoordmogelijkheden op basis van gecombineerde drie- en vierpunt Likertschaal.
  3. Mondgezondheidgerelateerde aspecten vragenlijst
    Om de algemene en mondgezondheidgerelateerde aspecten van de deelnemers te onderzoeken, waaronder de mondzorggerelateerde kwaliteit van leven, gebruikten de onderzoekers de bestaande vragenlijst van Niesten  et al. (2012).  Mondgezondheidgerelateerde kwaliteit van leven werd gemeten door de in het Nederlands vertaalde Geriatric Oral Health Assessment Index (GOHAI). De GOHAI maakte deel uit van de vragenlijst van Niesten et al..
  4. Evaluatieformulier voorlichtingsbijeenkomst
    De voorlichtingsbijeenkomsten werden geëvalueerd met een vragenlijst. Deelnemers moesten aangeven wat de belangrijkste motivatie was om naar de voorlichtingsbijeenkomst te komen. En ze moesten de voorlichtingsbijeenkomst een rapportcijfer geven. Er waren meerdere open vragen, zoals:
    • Welke inhoudelijke aspecten van de voorlichting vond u (het meest) belangrijk en nuttig?
    • Welke aspecten miste u tijdens de voorlichting?
    • Verandert u de mondzorg / het poetsgedrag na / door de voorlichting?
    • Wat zijn de behoeften van ouderen rondom mondzorg?

Ook werd gevraagd of de deelnemers aanvullende tips hadden om de voorlichting te verbeteren. Er waren drie verschillende versies van dit evaluatieformulier, aangepast aan de situatie van de doelgroep: thuiswonend, wonend in een zorginstelling of mantelzorger. Mantelzorgers kregen een aantal open vragen over hun tevredenheid  over de huidige mondzorg en over hoe belangrijk zij de mondzorg vonden bij degene voor wie zij zorgden.

Setting

In de periode medio 2013 tot en met het eerste kwartaal 2014 hebben de onderzoekers verschillende organisaties voor ouderen in en om Utrecht benaderd om te participeren in het project. Tevens gaven zij op een ouderenmarkt in Utrecht voorlichting en deelden informatiemateriaal uit aan bezoekers. Bij een kraam met voorlichtingsmateriaal kregen de bezoekers aanvullende informatie.

De onderzoekers benaderden bestuurders van verzorgingshuizen, dagcentra, ouderenbonden, ouderenverenigingen en een Alzheimercafé met de vraag of zij voorlichting over Mondzorg mochten geven aan de bewoners en/of bezoekers van de organisatie. Vooraf bezocht een stafmedewerker van de Hogeschool Utrecht de organisaties voor aanvullende informatie over het project. Na toezegging tot deelname werd er een geschikte datum voor de voorlichting gezocht.

De onderzoekers probeerden de voorlichtingsbijeenkomst zoveel mogelijk te laten aansluiten bij een bestaande activiteit voor een zo hoog mogelijke opkomst. Wanneer de datum bekend was, verzonden de onderzoekers posters met informatie over de voorlichting om op strategische plekken op te hangen voor een zo groot mogelijk bereik. Verzorgenden in verzorgingshuizen probeerden de bewoners te motiveren om naar de bijeenkomst te komen. De voorlichtingsbijeenkomst was ook open voor andere belangstellenden, zoals mantelzorgers en de verzorgenden zelf.

Deelnemers

Thuiswonende ouderen, ouderen in zorginstellingen en mantelzorgers.

Lees verder

Reageer

Wil je een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen [].
Voorbeeld: [www.voorbeeld.nl] of [http://www.voorbeeld.nl]
Velden met een (*) zijn verplicht.

Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. melding sluiten