De Zorg- en Welzijnsstandaard: geïntegreerd zorgaanbod eerste en tweede lijn

Naam project: De Zorg- en Welzijnsstandaard
Doel: een samenhangend zorgaanbod dat aansluit bij de behoeften van ouderen.
Middel: een ‘standaard’ in zowel eerste- als tweedelijns zorg. Met onder meer een coördinator en vrijwilligers.
Uitgevoerd door: (vooralsnog) zes huisartsenpraktijken en één ziekenhuis
Wie: Zorg voor Ouderen en Welzijn Netwerk Nijmegen

Voor veel aandoeningen geldt een ‘behandelstandaard’, bijvoorbeeld bij COPD of diabetes. Maar die standaard is vaak niet toegesneden op ouderen, legt Antoinette Meys, coördinator van het eerstelijns deel van het project uit. “Ouderen komen vaak bij drie of meer specialisten. Die kijken naar hun eigen deel, niet naar het totaal en naar de interactie en werking van medicatie bij ouderen.” De Zorg- en Welzijnsstandaard moet daar verandering in brengen.

Zorg- en welzijnsstandaard

Coördinatie en zorgplannen

Bij de eerstelijns standaard wordt de zorg vanuit de huisartsenpraktijk anders vormgegeven. Meys: “Huisartsen onderzoeken eerst welke ouderen kwetsbaar zijn. Onder meer op basis van inzicht in medicatie en inschattingen over eenzaamheid. Vervolgens gaat een praktijkondersteuner of wijkverpleegkundige bij de oudere langs om deze bevindingen te controleren. Aangevuld met vragen als: Hoe woont iemand? Hoe goed zorgt hij voor zichzelf?” Op basis daarvan komt een oudere al dan niet in aanmerking voor de standaard. “Er wordt iemand benoemd die de zorg coördineert en er wordt een individueel zorg- en actieplan gemaakt in overleg met de oudere en mantelzorger. Verder is er een multidisciplinair team van zorgverleners met daarin onder meer de huisarts, de wijkverpleegkundige, een welzijnsadviseur en iemand met geriatrische kennis.”

Kwaliteit boven langer leven

De tweedelijns standaard heeft hetzelfde doel, maar in andere omstandigheden, vertelt Anke Persoon, projectleider van dit deel. “Een ziekenhuis moet bij ouderen niet ‘verlengen van leven’ als doel hebben, maar ‘kwaliteit van leven’. Dat betekent dat er een beeld moet zijn van de fysieke mogelijkheden en de toekomstwensen van de oudere. Daarnaast willen we vrijwilligers inzetten. Die kunnen de ouderen gezelschap houden bij het eten en ze reactiveren door stukjes door de gang te lopen. Verder moet er een geriatrisch consultatieteam komen dat dagelijks beschikbaar is. Bijvoorbeeld om ziekenhuispersoneel te leren herkennen van en omgaan met mensen met cognitieve problemen.”

Project als paraplu

Waar mogelijk werken de twee projectleiders samen. Meys: “Bijvoorbeeld als het gaat om de transfer vanuit het ziekenhuis naar huis, waar de eerste en tweede lijn samenkomen. Daarnaast is het doel hetzelfde, het project is een paraplu boven twee verschillende settings. Uiteindelijk moet het leiden tot een doorgaande lijn in de zorg rond ouderen. Dat vereist goede samenwerking en door elkaars bril kunnen en willen kijken.” Persoon: “Daarnaast moeten we vrijwilligers vinden en instrueren, een consultatieteam opstellen en mensen scholen.”

Welzijn en kosten

Bijzonder aan de standaard is dat er aandacht is voor wonen en dagbesteding. Meys: “Een slechte woonsituatie heeft effect op het welbevinden, en dagbesteding kan zorgen voor afleiding van pijn en lastenverlichting voor de mantelzorger.” Persoon: “Uniek is ook dat we de kosten onderzoeken. Is het de investering waard? Ook bijzonder is dat we de indicatoren van het VMS Veiligheidsprogramma gebruiken als screeningsinstrument voor de standaard. Deze worden in 2012 toch al verplicht voor het screenen van vallen, delier of ondervoeding.” Wanneer het project geslaagd is? Persoon twijfelt geen moment: “Als de aanpak leidt tot meer eigen regie van ouderen en minder fysieke beperkingen.”

Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. melding sluiten