‘Praat over de laatste levensfase, laat je informeren’

07 februari 2018

Onder de noemer ‘Keuzes in de laatste levensjaren, wat kan en wat mag?!’, organiseert het Ouderenberaad Zuid-Holland Noord bijeenkomsten over dilemma’s en vragen waarvoor kwetsbare ouderen zich gesteld zien. Hiermee speelt het in op een grote informatiebehoefte, óók van professionals zelf, merken mede-initiatiefnemers Ton Kohlbeck en Frédérique van Weering.

Lange tijd praatten ouderen niet standaard mee over subsidieaanvragen voor projecten die juist hén aangingen. Dit veranderde met de komst van het Nationaal Programma Ouderen (2008) dat universitaire centra verplichtte om ouderenpanels bij projectvoorstellen te betrekken.

interview-laatste-levensfase-oud-ouderen-kwetsbaar-beteroud

‘Aanvankelijk was het zoeken’, stelt Frédérique van Weering, namens het Leiden Universitair Medisch Centrum (LUMC) inhoudelijk ondersteuner van het Ouderenberaad Zuid-Holland Noord. ‘Ik herinner me een gesprek met onderzoekers die voor ouderen met depressieklachten een aanbod hadden ontwikkeld dat maar niet aansloeg. Op de vraag vanuit het Ouderenberaad hoe het zat met de oorzaken, bleef het stil. Nader onderzoek wees uit dat ouderen vooral klachten ontwikkelden vanwege heftige gebeurtenissen in hun leven, zoals het wegvallen van een kind of partner. Daar speelde het aanbod niet op in. De oplossing lag juist in het aansluiten op iemands persoonlijke wensen.’

Gesprekspartner

Volgens Ton Kohlbeck, Ouderenberaad-lid van het eerste uur, is de afgelopen jaren veel ten goede veranderd. ‘De tijd dat zorgprofessionals verplicht “nog even langs het Ouderenberaad” moesten, is voorbij. We zijn een serieuze gesprekspartner, worden overal bij betrokken. Ook omdat sprake is van een wederzijdse informatiebehoefte. Professionals willen ouderen beter informeren, ouderen vinden het belangrijk om de juiste informatie te krijgen.’

‘Professionals willen ouderen beter informeren, ouderen vinden het belangrijk om de juiste informatie te krijgen’

Nieuwe bijeenkomsten

Kohlbeck refereert hiermee aan een eerste reeks bijeenkomsten die het Ouderenberaad en het LUMC zo’n vier jaar geleden organiseerden over keuzes van ouderen in hun laatste levensjaren. ‘In die tijd was het vooral een debat onder professionals. Wij trokken het breder, nodigden ouderen uit om zich te laten informeren en vooral: om mee te praten. De zaal zat steeds mudjevol. Dat zegt alles.’
Intussen heeft het maatschappelijk debat over de meest kwetsbare jaren een hoge vlucht genomen, mede ingegeven door discussies over thema’s als voltooid leven en het vrijwillige levenseinde. Kohlbeck: ‘Daarom is besloten om 10 nieuwe bijeenkomsten te organiseren. Dorothea Touwen, docent medische ethiek en recht in het LUMC, vertelt het hoofdverhaal (zie kader), gevolgd door een deskundigenforum met daarin een plaatselijke huisarts, een klinisch geriater, een vrijwilliger namens de NVVE en een expert op het gebied van wilsverklaringen.’  

Lastige keuzes

Intussen zijn de eerste drie bijeenkomsten achter de rug. Van Weering: ‘Deelnemers krijgen handvatten aangereikt over hoe ze kinderen, familie, vrienden en mantelzorgers kunnen betrekken bij lastige keuzes in de laatste, vaak kwetsbare levensfase. Een van de belangrijkste tips is om als ouderen met naasten te praten over persoonlijke wensen, zelf de regie te pakken als het nog kan en er zo voor te zorgen dat het nemen van belangrijke beslissingen ze niet overkomt.’ Kohlbeck, zelf 75, vult aan: ‘Op mijn zolder staat een box met persoonlijke informatie. Soms gooi ik er papieren bij waarvan ik denk dat ze belangrijk zijn op het moment dat ik te kwetsbaar ben om zelf beslissingen te nemen. Mijn twee zoons weten ervan, dat geeft mij rust. En hún.’

‘Op mijn zolder staat een box met persoonlijke informatie. Mijn twee zoons weten ervan, dat geeft mij rust. En hén’

Opgelucht

Van Weering, die bij elke bijeenkomst vastlegt welke vragen deelnemers stellen, merkt dat sommige vragen en situaties vaker terugkomen. ‘Mensen zijn bijvoorbeeld heel bang dat ze ondanks hun niet-reanimatieverklaring toch worden gereanimeerd als ze eenmaal in een ambulance belanden. Sommigen denken zelfs dat ze met zo’n verklaring helemaal niet worden behandeld, wat pertinent onjuist is. Ook bestaat onduidelijkheid over het eventuele recht op euthanasie en het al dan niet regelen van het levenstestament bij de notaris. Verder willen deelnemers weten hoe bindend een laatste wilsverklaring eigenlijk is en hoe zaken lopen als ze echt niet meer zelf kunnen beslissen.’ Kohlbeck: ‘Mensen gaan vaak opgelucht weer naar huis, ook omdat ze van deelnemende huisartsen horen dat ze altijd welkom zijn om over deze toch wel gevoelige onderwerpen te praten, zelfs als ze niet ziek zijn.’

Uitgenodigd

De bijeenkomsten laten volgens Kohlbeck ook zien hoe het begrip “oud zijn” verandert. ‘Vroeger had ik als vuistregel dat mensen tot hun 75e echt actief waren, nu worden ze vaak vanaf hun 85e pas echt kwetsbaar. Steeds meer ouderen denken dus na over een zinnige invulling van hun laatste levensjaren. Dat merk je ook aan andere thema’s waarover we ons als Ouderenberaad buigen. Zo onderzoeken we samen met Hogeschool Leiden de mogelijkheden om ouderen langer vitaal thuis te laten wonen en kijken we naar een breder gebruik van e-healthoplossingen. Ook worden we geregeld uitgenodigd om ons licht te laten schijnen over het onderwijs aan Geneeskundestudenten en verdiepingsprogramma’s, zoals de master Vitality and Ageing.’

‘Mensen zijn heel bang dat ze ondanks hun niet-reanimatie verklaring toch worden gereanimeerd’

Omslag in denken

Daarmee bewijst het Ouderenberaad dagelijks zijn waarde, constateert Van Weering. ‘We willen de stem van ouderen laten horen, door professionals mét in plaats van over ouderen te laten praten. Het betrekken van de doelgroep en hun ervaring is waardevol voor een scherpere blik op ouderenthema’s. Tegenwoordig vragen hoogleraren en specialisten aan mij of ik ze in contact kan brengen met leden van het Ouderenberaad, omdat ze willen weten hoe zij over bepaalde thema’s denken. Die omslag in denken geeft veel voldoening en opent mogelijk nieuwe wegen voor de toekomst. Zo hoop ik dat artsen in het kader van Advanced Care Planning niet alleen met patiënten praten over hun laatste levensfase, maar ook beseffen dat er een fase aan voorafgaat; die van het informeren. Dat maakt kiezen uiteindelijk voor iedereen nog gemakkelijker.’

‘Aan praten met patiënten gaat een fase vooraf; die van het informeren’

Tekst: Pieter Matthijssen - Foto: Goedele Monnens

Lees ook:

Reageer

Wil je een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen [].
Voorbeeld: [www.voorbeeld.nl] of [http://www.voorbeeld.nl]
Velden met een (*) zijn verplicht.

Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. melding sluiten