‘Case finding, hoe doe je dat?’

08 december 2015

Verslag bijeenkomst leergemeenschap Vroegsignalering van 17 november

Praktijkondersteuners, ouderen, thuiszorgmedewerkers, onderzoekers en welzijnswerkers. Het was een gevarieerd gezelschap dat zich op 17 november bezighield met ‘case finding’ en opvolging tijdens de bijeenkomst van de leergemeenschap Vroegsignalering. ‘Heel mooi die verschillende perspectieven’.

Bekijk hieronder een korte impressie van de bijeenkomst (3 min.):

Vroegsignalering, het zo vroeg mogelijk in beeld krijgen van ouderen die kwetsbaar worden, is sinds de start van het Nationaal Programma Ouderenzorg in 2008 een van de thema’s. Maar inmiddels is er wel wat veranderd.

Ruth Pel van Vilans zette bij de inleiding van deze leergemeenschap de verschillen op een rij: in 2008 was de insteek vooral medisch, nu is er een verschuiving richting het sociale domein, in 2008 ging het om ‘kwetsbaarheid’, nu gaat het om ‘wat iemand nog wel kan’. ‘De brede screening’ was toen actueel, nu richten we ons meer op ‘case finding’. Die verschuivingen maken het ook logisch dat er andere partijen bij betrokken zijn. Zo zijn er vandaag relatief veel welzijnswerkers onder de ongeveer 15 aanwezigen.

Betuttelend

Simone de Bruin, onderzoekster van het RIVM begint haar voordracht met een foto van een oudere man. ‘Leeftijd 70, wie vindt het zinvol om contact met hem te zoeken’, vraagt ze. Aarzelend gaan een paar handen omhoog. ‘Ook als je weet dat hij net gestopt is met werken en een aantal chronische klachten heeft?’ Dan gaan er meer handen omhoog. Ze verklapt dat het een familielid is. De Bruin: ‘Hij zou heel verbaasd zijn. Wat komen jullie doen?’

Ze vertelt over haar eerdere onderzoek, zie ook de factsheet van RIVM (pdf). Daar kwam onder andere uit dat diverse vormen van vroegsignalering niet aansluiten op wat ouderen zelf willen en nodig hebben. Zo wordt huisbezoek door een zorgverlener soms als betuttelend ervaren. In het vervolgonderzoek gaat ze onder andere op zoek naar wat ouderen nodig hebben om thuis te blijven wonen. ‘Een kantelpunt is toch wel de afname van het cognitief functioneren voor veel ouderen', verklapt ze.

Inmiddels zijn er 27 interviews afgenomen, die worden nog uitgebreid met mensen uit doelgroepen als migranten en mensen met een lage SES.’

Wereldcafé

In deze leergemeenschap staat ‘case finding’ centraal. Daarover buigen de aanwezigen zich in een zogenaamd ‘wereldcafé’. In drie groepen worden de belangrijkste antwoorden op drie vragen op geeltjes gezet en op flipovers geplakt.

Een van de groepjes buigt zich over de vraag: ‘case finding, hoe pak je dit aan in de praktijk?’ Iedereen is druk aan het schrijven. Anja van Beek van Seniorenwelzijn, heeft ‘goede samenwerking in brede zin van het woord’ op een geeltje gezet. Al snel volgen anderen: duidelijke doelstelling, risicogroep bepalen. ‘Als je niet weet welke groep je zoekt, dan is het ook lastig te bepalen wat je dat gaat doen.’

Maar er zijn ook andere antwoorden: ‘Gewoon doen’, ‘er op af’ schrijft iemand. ‘Goed luisteren naar signalen’. Al snel wordt een hoekje van het papier bestempeld voor de opvang van signalen: via de huisarts/praktijkondersteuner, via vrijwilligers, bezoekers, informeel netwerk, huismeester. Later zal nog iemand de tandarts toevoegen.

Vertrouwen opbouwen

Na een kwartier wisselen de groepjes. De tweede vraag gaat over de ‘opvolging’: je hebt je case gevonden en wat dan? Daar wordt onderscheid gemaakt naar opvolging door professionals en wat de oudere zelf kan doen met behulp van het informele netwerk. Belangrijk punt vindt iedereen dat er een ‘casemanager’ is. Dat hoeft geen professional te zijn, maar wel iemand die de regie heeft.

Vertrouwen opbouwen, zegt iemand. En leer ouderen dingen bespreekbaar maken. ‘Ze durven vaak hun kinderen niet te vragen want die hebben het zo druk. Dan zeg ik: bespreek het, je hoeft niet direct te vragen maar leg het probleem op tafel en natuurlijk blijkt dan dat die kinderen best iets kunnen regelen.’

De derde vraag gaat over het bereiken van ouderen uit migrantengroepen of met een lage SES (lage economische status). Allerlei suggesties staan op de flipover: via kinderen, kleinkinderen, sleutelfiguren. Collega’s met dezelfde nationaliteit kunnen vaak een goede rol spelen. Sommige scholen hebben een huiskamerproject waar ouders en grootouders kunnen koffiedrinken, ook dit soort plekken zijn ‘vindplaatsen’. En dan is er het bestaan van NOOM, een ouderenorganisatie voor migranten die veel aanwezigen niet kennen.

Nieuwe onderwerpen

‘Geanimeerde gesprekken’, concludeert Ruth Pel aan het einde van de ochtend. ‘Veel mensen met verschillende achtergronden waardoor er veel verschillende perspectieven waren, heel mooi.’ Nieuwe onderwerpen voor een volgende keer komen op tafel: Samenwerken met informele organisaties, vrijwilligers vinden, en ‘wederkerigheid’. De Leidse hoogleraar Joris Slaets wordt geciteerd: leefplezier wordt verhoogd als je iets voor iemand kunt betekenen, dat geldt ook voor kwetsbare ouderen.

Ingrid van Rekum, praktijkondersteuner van huisartsencoöperatie Veenendaal zegt na afloop: ‘Wat mij opvalt is dat we allemaal nog erg zoekende zijn. Ik denk dat we meer contact moeten zoeken met welzijn, we moeten niet dingen dubbel doen.‘

Marjan van den Bos van Allemaal Welzijn in Rhenen, neemt mee ‘dat we elkaar nodig hebben. Het valt mij op dat formele partijen elkaar wel goed vinden. Voor mij is nu een vraag  hoe we beter kunnen samenwerken met informele netwerken. Daar praat ik graag een volgende keer verder over.’

Heb jij ervaring met case finding en vroegsignalering? Hoe pak je dit aan in jouw praktijk? We lezen je ervaringen graag terug in de reacties!

Verder lezen

Reageer

Wil je een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen [].
Voorbeeld: [www.voorbeeld.nl] of [http://www.voorbeeld.nl]
Velden met een (*) zijn verplicht.

Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. melding sluiten