Interview Nienke Kuyvenhoven: ‘We moeten meer en eerder nadenken over hoe we oud willen worden’

13 september 2016

Nienke Kuyvenhoven, bestuurssecretaris van Sociaal Werk Nederland

Nienke Kuyvenhoven

Volgens Nienke Kuyvenhoven verdient de ouderenagenda een socialer gezicht dan nu vaak het geval is. Sociaal werkers bieden net dat beetje extra, meer of anders om kracht en kwetsbaarheid succesvol met elkaar te verbinden.

De bestuurssecretaris van Sociaal Werk Nederland is dan ook blij met de Toekomstvisie van BeterOud, waarin het niet draait om alleen de zorg voor vergrijzend Nederland, maar om de kwaliteit van leven.

Als bestuurssecretaris van Sociaal Werk Nederland (voorheen MOgroep) houdt Nienke Kuyvenhoven zich organisatie-breed bezig met verschillende lopende zaken, inhoudelijke dossiers en specifieke thema’s, waaronder sociaal werk en ouderen.

‘Mijn oorsprong ligt in de jeugdhulp. Wat is dan mooier om je te richten op een bijna tegenovergestelde doelgroep? Bovendien is het ouderenthema actueel, vol in ontwikkeling en enorm kansrijk. Zeker waar het gaat om het op de agenda krijgen van het sociale aspect. Praten we over ouderen, dan gaat het al snel over het zorgen vóór. Terwijl zorgen dát vaak beter werkt. Zorgen dat ouderen samen koken of zorgen voor thuismaaltijden; proef je het verschil? We moeten ervoor waken ouderen standaard tot object van zorg te maken, alles in procedures, protocollen en richtlijnen te gieten. De kunst is om verder te kijken dan risicobeperking alleen, meer oog en oor te hebben voor de betekenis van de sociale sector.’

Positief tegenwicht

Typerend volgens Kuyvenhoven is de situatie waarin ouderen naar de huisarts gaan voor wat een zorgvraag lijkt, maar resulteert in de niet-medische diagnose ‘eenzaamheid’. ‘Van ouderen wordt verwacht dat ze zoveel mogelijk op eigen kracht doen, met hulp van hun netwerk. Maar een kwart van de senioren heeft helemaal geen netwerk. Alleen daarom al zijn sociaal werkers zo belangrijk. Netwerken en verbinden is hun kracht. Zij kennen wijk en zijn bewoners, weten waar bijvoorbeeld zinvolle dagbesteding wordt georganiseerd en wat dit met een mens doet. Of dat nu het vertellen van verhalen is, klussen, koffieschenken of breien; iemand levert toegevoegde waarde door iets te doen wat ie leuk vindt of goed kan. Sociaal werkers onderzoeken ook of ouderen talenten hebben waar de buurt iets aan heeft. Ze helpen vergeten vaardigheden te herontdekken, koppelen kracht aan kwetsbaarheid. Ouderen hebben het grootste deel van hun leven achter de rug, krijgen te maken met verlies van hun werk, partner en gezondheid. Het uitgaan van mogelijkheden en weer iets voor een ander kunnen betekenen biedt vaak een positief tegenwicht aan die tegenslagen.’

Afnemende competenties compenseren

Kuyvenhoven is dan ook blij met initiatieven waar op voorhand medische zorgvragen in samenwerking met het sociale domein worden opgelost. ‘Mooi voorbeeld is Welzijn op Recept. Sociaalwerkorganisaties en eerstelijnszorgvoorzieningen organiseren lokale arrangementen om het welbevinden van onder meer ouderen met psychosociale klachten te verhogen. Bijvoorbeeld via creatieve activiteiten, sport of vrijwilligerswerk.’

"De toenemende diversiteit in omstandigheden van ouderen schreeuwt om maatwerk."

Ondanks de toenadering tussen de werelden van ‘zorg en welzijn’, verdient de sociale rol extra aandacht, vindt Kuyvenhoven. ‘De toenemende diversiteit in omstandigheden van ouderen schreeuwt om maatwerk. Sociaal werkers kennen als geen ander de sociale kaart van een werkgebied, zijn gewend om samen te werken met zorgpartijen, vrijwilligers, maatschappelijke organisaties en gemeenten. Ze weten hoe ze afnemende competenties van ouderen kunnen compenseren en het netwerk rond ouderen en daarmee het zelfvertrouwen kunnen versterken. Bovendien zijn ze creatief in het vinden van slimme individuele en collectieve oplossingen. Sociaal werkers kijken breed en schakelen snel. Ze kunnen zorgprofessionals op heel veel gebieden ontlasten, van mantelzorgondersteuning tot het afhandelen van de administratie. Vaak zijn zij ook de eersten die alarm slaan als blijkt dat zwaardere professionele zorg nodig is.’

Imagoprobleem

Dat sociaal werkers niet in één adem worden genoemd met ouderen, ligt deels ook aan de sector zelf. ‘We moeten inderdaad de hand in eigen boezem steken’, erkent Kuyvenhoven. ‘Het werken met en voor ouderen heeft een imagoprobleem. Maar weinig studenten zeggen vol overtuiging dat ze later sociaal ouderenwerker willen worden. Goed te merken is dat de beeldvorming langzaamaan kantelt. Een collega gaf laatst als gastdocent onderwijs aan sociaal werkers-in-spe. Niet lang erna stroomden de eerste stageverzoeken om te werken met ouderen bij hem binnen.’

Ook platform BeterOud levert een bijdrage aan meer positieve reuring rondom het ouderenthema, constateert Kuyvenhoven. ‘Vanuit het Nationaal Programma Ouderenzorg leek minder aandacht te zijn voor de sociale component, het ging in mijn optiek vooral over zorg. Ik was dan ook erg benieuwd naar de visie en insteek van BeterOud. Stiekem dacht ik een zorgverhaal onder ogen te krijgen, maar niets was minder waar. De focus ligt breder, op de kwaliteit van leven. Echt zo’n moment waarop ik dacht: ‘hè, hè eindelijk’.'

'Ik hoop dat het landelijk op te richten BeterOud-samenwerkingsverband met ambassadeurs uit verschillende werelden deuren opent. Dat het andere partijen, zoals zorgverzekeraars, aanspreekt om nog meer te investeren in sociale initiatieven voor ouderen. Verder ligt er een schone taak voor de ouderen zelf. Ouderen zijn sowieso meer in beweging dan 10, 20 jaar geleden. Wat dat betreft verwacht ik veel van de relatief fitte en mondige babyboomgeneratie.’

Zinvol bezig zijn

Op de vraag hoe ze denkt over de kunst van het beter oud worden, antwoordt Kuyvenhoven stellig: ‘We moeten meer en eerder nadenken over hoe we oud willen worden. Niet als we oud zijn, dan is het te laat. Mijn moeder, een vitale vrouw van rond de 70, opperde laatst het idee dat ze wel terug wilde naar haar roots in Zeeland. Een mooi plan natuurlijk, maar toen ik haar vroeg hoe ze dacht op haar leeftijd een nieuw netwerk op te bouwen gaf ze toe dat het misschien toch niet zo verstandig was.’

"Op een goede manier oud worden is jezelf blijven prikkelen, nieuwsgierig zijn naar nieuwe dingen, steeds iets anders beleven. En heel belangrijk: van waarde blijven voor je familie en de maatschappij."

Zelf blijft Kuyvenhoven liefst dat doen waar ze nu gelukkig van wordt, ook al is het op een lager pitje. ‘Ik wil ook later genieten van muziek, natuur en sport. Samen zijn met familie en vrienden. Op een goede manier oud worden is jezelf prikkelen, nieuwsgierig zijn naar nieuwe dingen, steeds iets anders beleven. En heel belangrijk: je van waarde blijven voelen voor je familie en de maatschappij. Dat kan op allerlei manieren, zoals door op te passen, muziek te maken, een ander een luisterend oor te bieden. Kortom: door zinvol bezig te zijn. Precies waar het ook in sociaal werk om draait.'

Verder lezen

Reageer

Wil je een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen [].
Voorbeeld: [www.voorbeeld.nl] of [http://www.voorbeeld.nl]
Velden met een (*) zijn verplicht.

Deze website gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. melding sluiten